Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Jakobus en Johannes

Jakobus en zijn (waarschijnlijk jongere) broer Johannes, de zonen van Zebedeüs, worden in de evangeliën bijna altijd in een adem genoemd. Zij waren vissers van beroep en behoorden samen met Simon Petrus tot de ‘harde kern’ van Jezus’ discipelen. Jezus noemde hen ‘zonen van de donder’, misschien vanwege hun onstuimige karakter. Jakobus stierf de martelaarsdood: Herodes Agrippa I liet hem terechtstellen (Hand. 12:2). Zijn gebeente zou rusten in Santiago de Compostella, een van de belangrijkste bedevaartsplaatsen van Europa.

De vroegste vermelding van Jakobus en Johannes komt uit de brief van Paulus aan de Galaten, waar de apostel de broers, samen met Petrus, ‘steunpilaren’ in de kerk van Jeruzalem noemt (Gal. 2:9). Johannes wordt wel geïdentificeerd met de ‘apostel die Jezus liefhad’ (Joh. 13:23).

Heeft betrekking op:

Lucas 9:51-56, Johannes 13:23, Marcus 1:19, Handelingen 12:1