Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Jan Luyken en de prentbijbel

Hoewel Jan Luyken (1649-1712) aanvankelijk was opgeleid tot schilder, was hij vooral een uiterst bedreven etser. Samen met zijn zoon Casper maakte hij meer dan drieduizend etsen, waarvan de afbeeldingen van allerlei soorten ambachten de bekendste zijn. In 1694 werden deze voor het eerst in boekvorm uitgegeven, onder de titel Het Menselyk Bedryf. Het boek heeft tot de dag van vandaag vele herdrukken beleefd. Dat Jan Luyken niet alleen een talentvol etser, maar ook een begenadigd dichter was, blijkt uit de onderschriften op rijm, die hij aan de afbeeldingen toevoegde. Deze meestal zes-regelige gedichten getuigen van zijn vrome kijk op het leven. In iedere ambachtsman zag hij de schakel die onze tijdelijke aanwezigheid op deze aarde met de eeuwigheid verbindt.

Jan Luyken
De Naaldenmaker

Ook uit de lofdichten en de levensbeschrijving die na zijn dood in 1712 verschenen, komt Jan Luyken naar voren als een godvruchtig man. Had hij in zijn jonge jaren nog een bundel met amoureuze liederen uitgegeven, “in ‘t 26. Jaar zyns Ouderdoms, is hem de HEERE op een krachtdaadige wys aan zyn herte verscheenen” , zo vertelt ons zijn biograaf. Al op relatief jeugdige leeftijd verliet hij dus het wereldse leven om zijn gaven in dienst te stellen van God. Dat hij zich ging toeleggen op het in beeld brengen van bijbelse verhalen ligt dan voor de hand. Rond de eeuwwisseling was hij de meest productieve bijbelillustrator van de Noordelijke Nederlanden.

Een mooi voorbeeld van Jan Luykens activiteiten op het gebied van de bijbelillustratie is zijn in 1712 verschenen boek Schriftuurlijke Geschiedenissen en Gelijkenissen, voorzien van ‘drie honderd zeven en dertig KONSTPLAATEN en RYMEN’. Deze ‘konstplaaten’ zijn vrijwel gelijkelijk verdeeld over het Oude en Nieuwe Testament. Beide testamenten zijn duidelijk opgevat als twee aparte boeken. Ze hebben elk een eigen titelblad meegekregen. Elke prent in het boek wordt begeleid door de bijbehorende bijbeltekst en een 24-regelig gedicht van Jan Luykens eigen hand. Jan Luyken gebruikte zo’n ‘rym’ niet alleen om met eigen woorden de bijbelse gebeurtenissen weer te geven, maar ook om er een vrome vermaning mee over te brengen.Telkens weer wordt de lezer te verstaan gegeven dat niet het heden, maar de eeuwigheid belangrijk is.

Jan Luyken
Titelpagina met op de achtergrond de toren van Babel

Een dergelijke bundel bijbelse prenten met begeleidende tekst wordt een prentbijbel genoemd. De bijbel wordt hierin aanschouwelijk en inzichtelijk gemaakt door de belangrijkste gebeurtenissen te presenteren als een soort beeldverhaal. Kenmerkend voor de prentbijbels is dan ook de grote verscheidenheid aan onderwerpen. Het aantal prenten per boek varieerde van honderd tot meer dan driehonderd, zoals in het geval van de Schriftuurlijke Geschiedenissen van Jan Luyken. Prenten uit prentbijbels werden overigens ook gebruikt om in te binden in traditioneel ongeïllustreerde bijbels, bijvoorbeeld de Statenbijbel.De Statenvertaling van 1637

De prentbijbel was gedurende de hele zeventiende eeuw ongekend populair in de Noordelijke Nederlanden. Vele uitgaven zagen het licht, waarbij wel moet worden aangetekend dat dat meestal kopieën of herdrukken waren van prentbijbels uit de zestiende eeuw, de periode waarin dit boektype was ontstaan. Een uitzondering hierop vormt het werk van Jan Luyken. Begaafd kunstenaar als hij was, werkte hij geheel naar eigen ontwerp. Voor de zeventiende-eeuwse historieschilders waren de prentbijbels met hun rijkdom aan afbeeldingen een onuitputtelijke bron van inspiratie.

De prentbijbels sluiten aan bij een lange traditie. De behoefte om de bijbelse verhalen te verbeelden is al in de vroeg Christelijke kerk ontstaan. In de Middeleeuwen waren het voornamelijk kerken en kloosters die van bijbelse voorstellingen werden voorzien. Daar zijn de bijbelverhalen terug te vinden in muurschilderingen, ramen of tapijten, op altaren of tympanen, tot lering van de ongeletterden. En als ze al in boekvorm verschenen, dan was dat in kostbare, met de hand geschreven en geïllumineerde werken. De ontwikkeling van de drukkunst maakte het mogelijk om afbeeldingen, al dan niet in een boek, in veel grotere oplagen te verspreiden. De Biblia PauperumBiblia pauperum is daar een vroeg voorbeeld van. Hoewel heel anders van opzet, zou dit boek als een verre voorloper van de prentbijbel gezien kunnen worden.

Zie ook

  • Toon terzijde Emblemata van Jan Luyken

Heeft betrekking op:

2 Koningen 2:11, Romeinen 2:19, Spreuken 18:23, Deuteronomium 5:8-9, Nehemia 4:15-17