Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Jan Siebelink - Knielen op een bed violen

In deze roman vertelt Jan Siebelink op indringende wijze het verhaal van zijn vader. Of meer nog, volgens sommigen, het tragische verhaal van zijn moeder. De roman presenteert het leven van Hans Sievez, zoon van een arbeider en later hovenier in Velp. Siebelink is in de huid (hoofd en hart) van deze man gekropen, die langzaam maar zeker in de ban raakt van een groep fundamentalistische protestanten, de Paauweanen, en zich daaraan niet meer weet te onttrekken. De logica en de onvermijdelijkheid in dit hele proces, waardoor alle leden van het gezin worden getekend, is schokkend. Siebelink beschrijft de ondraaglijke spanning, de schoonheid en de gruwelijkheid van dit mensenleven heel intens, en met behoud van de waardigheid van alle betrokken gezinsleden.
In oktober 2005 wordt Knielen op een bed violen bekroond met de AKO Literatuurprijs, omdat het boek zijn lezers, volgens de jury, 'bij de keel grijpt en onthutst achterlaat'.

De roman is ongelooflijk rijk. Hij bevat uiteraard ook de ervaringen die Siebelink in eerder werk had beschreven, waaronder het visioen van de vader, dat centraal staat in de column Beurré Hardy Jan SiebelinkBeurré Hardy. En natuurlijk is er voor de bijbel een hoofdrol weggelegd: Genesis, Exodus, Hooglied, Daniël, Ezechiël, Openbaring, en veel meer.

Een bijzondere plaats is ingeruimd voor Psalm 119. Alle zeven delen van de roman worden ingeleid door opeenvolgende verzen uit deze psalm, in de berijming uit 1773Psalm 042 in de Statenberijming van 1773. Psalm 119 staat vooral bekend als de langste psalm; in de berijming telt hij 88 coupletten. Sievez' oudste zoon Ruben, in wie wij de schrijver herkennen, probeert de goedkeuring en liefde van zijn vader te winnen door de hele psalm uit zijn hoofd te leren en foutloos voor hem op te zeggen. De vader kan dit echter onmogelijk waarderen:

Goede werken waren paaps en verboden, volgens Steffen. Was het Gode welgevallig een psalm zo snel op te zeggen? (...) Ruben begon met couplet zeven. Daar waren de psalmen die David in het veld waren ingegeven niet voor bedoeld. Het was een dwaze onderneming. Hij zou Ruben moeten zeggen op te houden. Dit kon de Heere nooit welgevallig zijn, maar de jongen deed zo zijn best. Hij zou hem moeten bestraffen. (p. 209)

Ook het bijbelboek 1 Samuël komt een aantal keren aan de orde in Knielen op een bed violen, en dan vooral de eerste hoofdstukken. Wanneer zijn vrouw Margje haar tweede kind verwacht, bidt Sievez om een meisje.

Hij had een mooie naam voor haar bedacht. Dit keer zou zijn dochter Hanna heten. Hanna is lieflijkheid, gunst, gratie, Hanna, één van de twee vrouwen van Elkana en de moeder van Samuël. De Heere heft de geringe op uit het stof, Hij heft de arme omhoog uit het slijk. De lofzang van Hanna: mooier, gevoelvoller passage, één die hem meer uit het hart gegrepen was, althans uit het Oude Testament, kende hij niet. Voor een jongen had hij geen naam bedacht. Het zou een meisje worden. (p. 222; zie ook p. 223)

Het wordt overigens 'geen dochter, geen Hanna' (p. 235), maar een zoon, Tom.
Een diepere verwijzing naar het begin van 1 Samuël is de herhaalde spiegeling aan Eli en zijn twee zonen. Eli, uitverkoren en geroepen tot het ambt van hogepriester, bleek niet in staat zijn zonen op het rechte pad te houden. Voor die schuld moest hij boeten, met zijn zonen en al zijn mannelijke nakomelingen. Deze geschiedenis uit 1 Sam. 2 en 4 speelt Sievez door het hoofd, wanneer hij besluit Ruben mee te nemen naar een bijeenkomst van de broeders.

Had hij er goed aan gedaan hem mee te nemen? Waarom had hij het gedaan? Voelde hij zich minder bang, veiliger, met hem? Hoopte hij dat de jongen hem zou volgen? Het was de taak van ouders hun kinderen op te voeden in de vreze des Heren. De hogepriester Eli had die taak verzaakt. Zijn beide zoons Hofni en Penehas leidden een liederlijk en goddeloos leven waardoor de vader het oordeel over zich afriep. In de tempel was hij van zijn hogepriesterlijke stoel gevallen en had zijn nek gebroken. De afgelopen weken had hij de passage uit het eerste boek van Samuël verscheidene malen gelezen en op zichzelf betrokken. Koud zweet drong uit zijn voorhoofd en hij was blij het warme lichaam van de jongen tegen zich aan te voelen, gaf toe dat hij het zonder Ruben niet had aangedurfd. (p. 182)

Ook als Hans Sievez' weg steeds eenzamer wordt, blijft hij worstelen met zichzelf en met het feit dat alleen hij geroepen is. Tegen Mieras, één van de broeders, zegt hij, nadat hij de diensten in zijn eigen huis heeft moeten staken:

'In mijn gezin wordt Gods Woord niet meer verkondigd. Wat vindt God daarvan?'
'Beste Hans, jouw vrouw en zoons zien jou lezen in Smijtegelt, in Kohlbrugge, in Thomas à Kempis. Het is niet aan ons om te vragen of Hij hun harten opent. (...)'
Maar had Mieras gelijk? Was het voldoende zelf een boek te lezen? Nam God genoegen met zo'n passieve houding? Margje en Ruben zaten in de hervormde kerk naar een valse prediking te luisteren. Toms hart verhardde steeds meer. Zou Hans dan toch, net als Eli de hogepriester, een zware straf ten deel vallen omdat hij zijn zoons niet in het gareel had weten te houden? (p. 343)

Bibliografische referenties

Jan Siebelink, Knielen op een bed violen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2005.

Heeft betrekking op:

1 Samuël 2:1, Psalm 119:1