Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Jan Tetteroo - Bozoc

Achter de naam Jan Tetteroo gaat een duo schuil: de schrijvers Jacques Hendrikx en Hans M√ľnstermann. In hun roman Bozoc (2001) tekenen zij vier doodgewone mannen, die besluiten zelf orde op zaken te stellen. Tegenover het laffe gedogen van de moderne Nederlandse samenleving stellen zij, nog voordat Pim Fortuyn en Geert Wilders hun ongenoegen daarover in ferme taal zouden uiten, hun particuliere lik-op-stukbeleid. Ze opereren onder de naam Bozoc: de Burgers Onbestrafte Zonden Onderzoeks Commissie. Hun aanpak groeit hun al snel boven het hoofd.

Een van de 'slachtoffers' van hun optreden is een inbreker, die door hen zo stevig wordt aangepakt dat hij het niet overleeft. In de passage waarin beschreven wordt hoe ze zijn lijk in het IJ willen dumpen (p. 130), wordt goed duidelijk wat jonassen inhoudt.

De achterklep ging open.
'Wacht even,' zei Hollander. 'We jonassen hem het water in.'
'Waarom jonassen?' vroeg Flip.
'Dan valt hij in elk geval een stukje van de kant af het water in. Anders weet je maar nooit of hij ergens blijft haken, aan een spijker of een uitsteeksel vlak onder het wateroppervlak dat wij van hieraf niet kunnen zien.'
'Laten we het nu snel doen, maar wel rustig.'
Ze grepen de zak.
Plotseling liet Flip het loodzware ding uit zijn vingers glippen. Omdat hij zijn grip kwijt was, lieten ook de anderen los.
Het leek alsof het lijk absoluut geen zin had in het koude water van veertien meter diep. Het leek een enorme zak meel die doodmoe ergens neer wilde vallen.
Van jonassen kwam niks terecht. Er was nauwelijks een plons te horen. Hij schoof het water in als een soepele duiker die de zonnebaders op de kant niet wil bespatten. Het gewicht aan stenen trok de zak onmiddellijk naar beneden het donkere water in. Er was geen geluid meer te horen en geen schip te zien. Alleen het klotsen van het water tegen de roestige rafels van het gewapende beton.

Bibliografische referenties

Jan Tetteroo, Bozoc. Amsterdam/Antwerpen: L.J. Veen, 2001

Heeft betrekking op:

Jona 1:15