Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Jan Wolkers - De achtste plaag

In de verhalenbundel De hond met de blauwe tong van Jan Wolkers staat het verhaal 'De achtste plaag', een verwijzing naar de sprinkhanenplaag uit Exodus 10. Er komt in het verhaal (en trouwens ook in het motto uit Prediker 12:5) wel een sprinkhaan voor, maar in feite laat het verhaal zich lezen als een omgekeerde analogie op het bijbelverhaal: het gaat over een jongen die de Paasviering thuis en in de kerk beleeft als was het het Egyptische slavenhuis zelf. Symbool voor de ellende is de vleespot waarin het konijn van de jongen, dat de avond tevoren geslacht is, wordt opgediend.

Zo nu en dan hoorde ik met een holle klank een bot op het tinnen bord neerkomen. Mijn ogen vulden zich met tranen. Het vlees dat ik in mijn mond had zat als kauwgom tussen mijn tanden.
- Die nek is verrukkelijk, zei mijn vader smakkend en zuigend. Je kan het vlees er bijna afzuigen.
Ik keek naar binnen. Hij trok de wervels met zijn vingers uit elkaar. Als hij er een had afgekloven legde hij hem op de rand van zijn bord als een damschijf.
Er zou vuur uit de hemel moeten neerkomen, dacht ik. Als God bestond zou Hij mijn konijn weer levend kunnen maken.
Maar mijn broer bleef gewoon lange draden roodbruin vlees met zijn tanden van een achterpoot trekken.
- God bestaat niet, zei ik ineens.
- Wat zeg jij daar, zei mijn vader.
Hij legde de rest van de nek op zijn bord en veegde zijn vingers aan het servet af.
- Hij zit te huilen om dat beest, zei mijn moeder. Hij weet zelf niet goed wat hij zegt.
- Maar ik weet het des te beter, zei mijn vader. Ik maak me nu niet kwaad op je, ik laat me dit heerlijke paasmaal niet door jou bederven. Jij eet binnen vijf minuten je bord leeg en dan ga je op staande voet naar boven en op je knieƫn. En dan bid je net zo lang tot God wel bestaat!

Bibliografische referenties

Jan Wolkers, De hond met de blauwe tong. Amsterdam, 1977 (17e druk).

Heeft betrekking op:

Exodus 10:1-20