Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Jan Wolkers - De doodshoofdvlinder

Paul - vijftig jaar, ex-gereformeerd, leraar Engels, gescheiden - maakt juist plannen voor het besteden van zijn herfstvakantie als hij hoort dat zijn vader op sterven ligt. Op weg naar het ouderlijk huis wordt hij in de mist aangereden door een jonge vrouw, Carla, die met een verbrijzelde neus naar het ziekenhuis wordt afgevoerd. Als hij naar huis belt om deze vertraging te melden, wordt hem verteld dat zijn vader inmiddels gestorven is. Hij stapt weer in zijn auto.

Voorzichtig trok hij nog wat kleinere scherven uit de sponning van het portierraam zodat hij zijn arm erop kon leggen. Hij keek naar de stukjes glas die als een glinsterend witte rand langs de vluchtheuvel lagen. Alsof er droge sneeuw tegenaan gewaaid was. Toen keek hij naar die kantige brokjes in zijn hand en legde ze naast de asbak. Er waren grotere stukken bij die nog niet tot kleine stukjes uit elkaar gevallen waren. Een grillig spel van barstjes, een blanco legpuzzel. Tussen je vingers kon je ze verkruimelen. Maar de meeste hadden dezelfde grootte en vorm. Tanden en kiezen die tot het tandvlees afgesleten zijn. Hij dacht eraan dat zijn vader nog maar twee voortanden had. De oude walrus. De Prediker. In den dag, wanneer de wachters des huizes zullen beven, en de sterke mannen zichzelven zullen krommen, en de maalsters zullen stilstaan, omdat zij minder geworden zijn. Hij zag de azteekse schedel van bergkristal voor zich die hij in het British Museum gezien had. De perfecte dood. Onmenselijk en onvergankelijk. Als Carla niet op zo'n gewelddadige manier zijn leven was binnengestormd, zou hij zijn vader nog in leven gezien hebben. Een ijzige vrede kwam over hem. (36/37)

Wolkers' roman De doodshoofdvlinder uit 1979 speelt zich af in de vijf dagen tussen overlijden en begrafenis van de vader van Paul. De dood van zijn vader grijpt Paul hevig aan. 'Zou het iedereen nou zo in verwarring brengen als zijn vader net dood is, dacht hij.' (204) Kernachtiger kan de thematiek van deze roman nauwelijks worden getypeerd. Haat en liefde voor zijn vader en moeder en de opvoeding die zij hem gegeven hebben, strijden om voorrang. Hij ziet voortdurend droomvoorstellingen, zowel in zijn slaap als overdag.

'Het is een graf voor drie eigenlijk. Als uw vader er vrijdag bij komt zou het praktisch gesproken vol geweest zijn. Maar uw moeder schijnt gedacht te hebben, ik moet erbij. Daarom heb ik die botten gewoon een gaatje laten zakken.' Paul dacht aan de Prediker. Eer dan het zilveren koord ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de kruik aan de springader gebroken wordt, en het rad aan de bornput in stukken gestoten wordt. Met een droog krakend geluid zag hij een roestige schep een schedel de aarde in stampen. Hij zag het gezicht van zijn broer zo duidelijk voor zich dat hij aan zijn huid kon zien dat het winter was. (129)

Het geloof van zijn ouders heeft Paul vaarwel heeft gezegd, maar duidelijk nog niet achter zich gelaten: zijn woorden en vooral gedachten zijn doorspekt met bijbelse citaten en verwijzingen ,Bijbelse citaten en verwijzingen in De doodshoofdvlinder zoals in bovenstaande fragmenten de woorden uit Prediker 12 volgens de Statenvertaling.De Statenvertaling van 1637

Bibliografische referenties

Jan Wolkers, De doodshoofdvlinder, Amsterdam: De Bezige Bij, 1979 (1e dr.).

Jan Brokken, 'Het grootste gevaar voor een schrijver is dat hij te veel schrijft. Jan Wolkers'. In: Schrijven. Amsterdam: Arbeiderspers, 1980 [online raadpleegbaar via de DBNL]

Rosita Steenbeek, 'De doodshoofdvlinder gedetermineerd. Jan Wolkers' versie van de vegetatiemythe'. In: Bzzletin 13 (1984) 119, p. 44-49 en 76.

Heeft betrekking op:

Prediker 12:3-6