Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem

Rembrandt
Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem

Diep teleurgesteld leunt Jeremia tegen een zware zuil, zijn hand onder zijn hoofd, de ogen neergeslagen. Het lijvige boek waar zijn linkerarm op rust, is de bijbel. Daarin staat de tragische geschiedenis opgetekend, die door dit schilderij wordt geïllustreerd.

Hoe Jeremia ook heeft geprobeerd de mensen op het rechte pad te brengen, het is niet gelukt. Zijn voorspelling dat Jeruzalem ten onder zou gaan als het volk niet onvoorwaardelijk God zou volgen, kwam uit: de heilige stad werd verwoest door koning Nebukadnessar. Dit drama is op de achtergrond weergegeven. Vaag zijn de contouren te onderscheiden van oosters aandoende gebouwen. Ze gaan in vlammen op. Het minuscule figuurtje uiterst links is de koning van Juda. Hij brengt in wanhoop zijn handen naar zijn ogen, nadat hij op bevel van Nebukadnessar blind gemaakt is (Jer. 52:11).

De verwoesting van Jeruzalem is met losse, schetsmatige penseelstreken op het paneel gezet, in bruine en gele kleuren. Een lichte wolk vormt de overgang tussen de voorgrond en de achtergrond. Zo laat Rembrandt zien dat Jeremia geen deel heeft aan de gebeurtenis, maar deze als in een visioen voor zich ziet. Jeremia is heel anders geschilderd. Veel verfijnder en meer gedetailleerd. Prachtig is Jeremia’s gerimpelde voorhoofd, waar het volle licht op valt. Mooi belicht zijn ook de met bont afgezette mantel, het fluwelen kleed met de geborduurde rand en het glanzende vaatwerk. Dit alles contrasteert met de verder vrij donkere voorstelling, typisch Rembrandts manier van werken.

Toen Rembrandt dit aangrijpende schilderij maakte, was hij nog maar 24 jaar. Dat weten we omdat hij het werk heeft gedateerd. Middenonder, op de rotsachtige ondergrond, staan zijn initialen en het jaartal 1630. Zo jong als hij was, in het uitbeelden van emoties was hij al een meester. De intense treurigheid die de breekbare oude man uitstraalt, is bijna voelbaar.

Heeft betrekking op:

Jeremia 15:5, Klaagliederen 1:1