Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Jesaja

Jesaja is de eerste grote profeet van het Oude Testament. Hij is rond 765 v. Chr. geboren in Jeruzalem, uit de aanzienlijke familie van Amos (niet te verwarren met de profeet Amos). In 740 ontvangt hij in een visioen zijn roeping (Jes. 6). Blijkens hoofdstuk 7 en 8 heeft hij een profetes als vrouw en twee zonen met een profetische naam. Net als Elia mengt Jesaja zich nadrukkelijk in de politiek. Hij maant vorst en volk keer op keer alleen op de HEER te vertrouwen, in plaats van het heil van coalities met Assyrië of Egypte te verwachten. Hoe het met Jesaja is afgelopen, is onbekend.

Jesaja komt buiten zijn 'eigen' boek nog voor in de paralleltekst van 2 Koningen 19-20 en in 2 Kronieken 26 en 32. In het Nieuwe Testament worden Jesaja's woorden veelvuldig aangehaald, m.n. in de evangeliën (bijv. Joh. 12) en de Romeinen-brief. In Matteüs spreekt Jezus herhaaldelijk over de vervulling van Jesaja's profetieën; de 'messiaanse' elementen in zowel het kerstverhaal als de lijdensgeschiedenis zijn voor een belangrijk deel ontleend aan Jesaja (bijv. 7:14, 9:1-6, 11:1-10 en 52:13-53:12).

Heeft betrekking op:

Jesaja 1:1, Jesaja 6:8, Matteüs 3:3, Johannes 12:38, Romeinen 9:27, 2 Koningen 19:2, 2 Kronieken 32:20, Wijsheid van Jezus Sirach 48:20