Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Job

In de eerste vijf verzen van het naar hem genoemde bijbelboek wordt Job voorgesteld. Hij woonde in het land Us, was zeer welvarend en aanzienlijk, maar bovenal: 'hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad' (1:1). Vanwege zijn voorbeeldige rechtvaardigheid wordt hij bijv. in Ezech. 14:14-20 in één adem genoemd met Noach en Daniël.

Dan wordt Job, zonder het te weten, inzet van een 'weddenschap' tussen God en Satan. Hij wordt door de ene na de andere ramp getroffen, tot hij helemaal aan de grond zit; maar 'ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord' (1:22, 2:10). Vanwege dit geduldige lijden wordt Job - 'Job de Dulder' - in Jak. 5:11 als voorbeeld geprezen.

Sommigen zien in de zojuist geciteerde zin 'Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord' een dubbelzinnigheid: Job zei dan wel niets verkeerds, maar wat dacht hij? Was hij het niet die steeds voor zijn kinderen een offer bracht omdat zij misschien God in hun hart vervloekt hadden (1:5)? Wordt hier soms Jobs klacht voorbereid?

Velen zien een tegenstelling tussen de lijdzame Job in de proloog en epiloog, en het opstandige type dat God uitdaagt. Toch is het goed verklaarbaar dat Job juist door de miskenning van zijn onschuld steeds feller reageert. Dat iemand eerst berustend zijn lot aanvaardt, maar in woede ontsteekt als er gesuggereerd wordt dat hij het allemaal aan zichzelf te danken heeft, lijkt psychologisch volstrekt normaal.

Heeft betrekking op:

Job 1:1, Ezechiël 14:14, Jakobus 5:11