Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Joden in ballingschap

De val van Juda

De Egyptenaren en de Babyloniërs streden om de macht in het Nabije Oosten. Egypte zette Juda aan om in opstand te komen tegen de Babylonische overheersing. Dit deed Jojakim in 600 v. Chr. door geen belasting meer te betalen. Dit leidde tot een inval van de Babyloniërs in Juda in 598 v. Chr. en invallen van Juda's naburige vijanden, in het bijzonder de Edomieten in het zuiden. De jonge Jojakin (Jechonja) besteeg na de dood van zijn vader de troon van Juda, maar hij was niet in staat het hoofd te bieden aan de Babylonische druk. In 597 v. Chr. gaf hij Jeruzalem op. Hij en vele mede-Judeeërs werden naar Babel gedeporteerd, terwijl een nieuwe marionettenkoning, Sedekia, hem verving (2 Kon. 24:18).

Opnieuw werd Juda overgehaald in opstand te komen en Jeruzalem was snel weer in staat van beleg, namelijk in 589 v. Chr. Chofra van Egypte viel de Babyloniërs in het westen aan, maar werd verslagen. Het beleg van Jeruzalem werd verlengd. Hoewel de stad bijna twee jaar stand had gehouden, werd het verzet uiteindelijk in 586 v. Chr. gebroken. De inwoners werden in ballingschap weggevoerd (2 Kon. 25:1-12).

De ballingschap

De profeet Jeremia beschrijft drie deportaties: in 597, 586 en 582 v. Chr. Het volk werd naar de verschillende delen van Babylonië weggevoerd, maar velen lijken zich gevestigd te hebben bij de rivier Kebar. Hoewel Ezechiël en de psalmdichters hun ellende en het grote verdriet om het verlies van hun vaderland beschrijven, waren de omstandigheden niet zwaar. De ballingen ontwikkelden hun eigen boerengemeenschap en enkele Judeeërs kwamen tot hoge posities in de Babylonische regering. Vijftig jaar later namen de Perzen (een meer verlicht regime) Babylon in, zoals voorzien door de profeet Daniël op het feestmaal van Belsassar. De terugkeer naar Palestina gebeurde in fases. De eerste terugkeer onder Zerubbabel, kort nadat de Perzen in 539 v. Chr. Babylon innamen, werd mogelijk gemaakt door een verordening van de Perzische keizer Cyrus, die van 559-529 v. Chr. regeerde. De tweede en derde terugkeer vonden de eeuw daarna plaats, onder leiding van respectievelijk Ezra en Nehemia.

Zie ook

  • Toon terzijde Terugkeer uit de ballingschap

Bibliografische referenties

Uit: De atlas van de bijbel en de geschiedenis van het Christendom, p. 43-50

Heeft betrekking op:

Baruch 1:2, Baruch 4:6, Brief van Jeremia 1:1, Ester Grieks A:2-3, Ester Grieks 2:6, Jeremia 13:19, Jeremia 39:9, Jeremia 52:28, 1 Kronieken 5:41, 1 Kronieken 9:1, Ezechiël 1:1, Ezechiël 11:15, Ezechiël 33:21, Ezechiël 39:23