Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Jona in de Biblia pauperum

Twee scènes uit het verhaal van Jona worden in de biblia pauperum gebruikt: de momenten waarop de vis Jona inslikt en hem weer uitspuugt. De rest van het verhaal, Jona’s optreden in Nineve was voor de middeleeuwse typologische theologie niet van belang.

Anoniem, Holland
Biblia Pauperum, p. 27 (.g.)
Anoniem, Holland
Biblia Pauperum, p. 29 (.i.)

De scènes met de vis worden als voorafspiegeling van de graflegging en de opstanding van Christus gezien. De vis is dus vergelijkbaar met het graf waarin de dode Christus wordt gelegd. In de centrale voorstelling in het midden van de pagina is deze ook echt als doodkist voorgesteld en niet als grot waar een steen voor de ingang moest worden geplaatst. Net zoals Jona drie dagen in de buik van de vis verbleef, verliet ook Christus na drie dagen het graf.

De andere twee oudtestamentische scènes die met de graflegging resp. het verlaten van het graf worden vergeleken zijn in het eerste geval Jozef die door zijn broers in de put werd gegooid. (Gen. 37:24) Oorspronkelijk wilden ze hem dood laten gaan, de put zou zijn graf worden, maar later bedachten zich de broers en verkochten hem als slaaf aan een toevallig langs komende karavaan. In het tweede geval is de betekenis moeilijker te begrijpen. Het moment waarop Christus zijn graf verlaat wordt ook vergeleken met Simson, die de deuren van Gaza wegsleept (Rechters 16:3). Het verband ligt hier in het feit dat Simson de dood ontloopt en zelfs de deuren van de stad, die zijn graf had moeten worden, verwijdert net zoals Christus de dood overwint.

Zie ook: Biblia pauperumBiblia pauperum

Heeft betrekking op:

Jona 2:11, Jona 1:15