Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Jozef in de koran

De twaalfde soera, Joesoef genaamd, bevat het verhaal van Jozef en daarmee de langste ononderbroken vertelling uit de koran. Het genre is inmiddels verschoven ten opzichte van dat van de Genesis-versie. Het is in de koran een didactische vertelling geworden, een verhaal met een expliciete en dikwijls herhaalde moraal. Jozef is in de koran alleen maar goed, terwijl hij in het Oude Testament aanvankelijk wat wijsneuzerig overkomt door zijn broers te verklikken en zijn dromen uitgebreid te vertellen. In Genesis krijgt hij dan ook een terechtwijzing van zijn vader (Gen. 37:10). Zo niet in de koran:

4 Toen Joesoef tot zijn vader zei: “Vader, ik heb elf sterren en de zon en de maan gezien; ik zag ze zich eerbiedig voor me neerbuigen.” 5 Deze zei: “Mijn zoon, vertel je droom niet aan je broers; zij zouden een list tegen je kunnen beramen. De satan is namelijk een verklaarde vijand van de mens. ... ”

In de bijbel stuurt Jakob Jozef naar zijn broers om te kijken hoe het met ze gaat, en zo valt hij hun in handen (Gen. 37:13). In de koran handelen de broers met voorbedachten rade: zij weten al wat ze Jozef willen aandoen en moeten alleen nog Jakob overhalen Jozef met hen mee te laten gaan:

11 Zij zeiden: “O onze vader, waarom vertrouw jij ons niet met Joesoef, terwijl wij hem toch goed gezind zijn? 12 Stuur hem morgen met ons mee om goed te eten en te spelen; wij zullen wel over hem waken.” 13 Hij zei: “Ik word er bedroefd van als jullie met hem weggaan en ik vrees dat een wolf hem opeet terwijl jullie niet op hem letten.” 14 Zij zeiden: “Als een wolf hem opeet terwijl wij toch met een hele groep zijn, dan zijn wij werkelijk verliezers.”

Het didactische karakter van de koranversie komt ook tot uitdrukking in de woorden die Jozef tot zijn medegevangenen richt. Alvorens de dromen van de bakker en de schenker te verklaren (vgl. Gen. 40), spreekt hij hun toe over zijn God:

37 “ ... Ik heb het geloof verlaten van mensen die niet in God geloven en die aan het hiernamaals geen geloof hechten. 38 Maar ik volg het geloof van mijn voorvaderen Ibrahiem, Ishaak en Ja‘koeb. Het past ons niet aan God ook maar iets als metgezel toe te voegen. Dat is een deel van Gods genade aan ons en aan de mensen. Maar de meeste mensen betuigen geen dank. 39 Jullie twee medegevangenen! Zijn verschillende heren beter of God, de ene, de albeheerser? 40 Wat jullie in plaats van God dienen zijn alleen maar namen die jullie en jullie vaderen gegeven hebben waarvoor God geen enkele machtiging had neergezonden. Het oordeel komt alleen God toe. Hij beveelt dat jullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet. ...”

In de koranversie van het Jozef-verhaal blijven de broers Ruben, Simeon en Benjamin anoniem. Ruben wordt ‘iemand’, en later in het verhaal wordt Benjamin slechts aangeduid als 'zijn broer':

10 Iemand uit hun midden zei: “Doodt Joesoef niet maar werpt hem op de bodem van de waterput, dan zal een reisgezelschap hem wel oppikken, als jullie echt iets doen willen.” (...)
69 Toen zij bij Joesoef binnenkwamen haalde hij zijn broer bij zich. Hij zei: “Ik ben het, jouw broer; wees dus niet bedroefd over wat zij gedaan hebben.” 70 Maar toen hij hen van proviand voorzien had, deed hij de drinkbeker in de reiszak van zijn broer.

In Genesis 39 hoeft de vrouw van Potifar geen verantwoording af te leggen voor haar gedrag. Jozef gaat de gevangenis in, en daarmee is het afgelopen. Ook in de koran gaat Jozef naar de gevangenis. Maar de koran biedt nog een uitbreiding van het verhaal. Omdat de vrouwen uit de stad ondertussen flink aan het roddelen zijn over haar en Jozef, roept de vrouw van Potifar hen op om Jozef te komen bekijken. Want als zij gezien hebben hoe mooi hij is, hebben ze vast ook begrip voor haar gedrag.

31 ... En toen zij hem zagen vonden zij hem geweldig. Zij sneden zich in hun handen en zeiden: “God beware! Dit is geen mens, dit is niets anders dan een voortreffelijke engel.”

Het didactische komt wel erg sterk terug in vers 51 uit de soera, waarin de vrouwen uit de stad tegenover de farao getuigenis afleggen over wat zij weten van Jozef en de vrouw van Potifar, en waarin de laatste uiteindelijk tot een bekentenis komt:

Hij zei: “Wat was er met julie toen jullie probeerden Joesoef te verleiden?” Zij zeiden: “God beware! Wij weten niets kwaads over hem.” De vrouw van de excellentie zei: “Nu komt de waarheid aan het licht! Ik was het die hem probeerde te verleiden en hij behoort bij de oprechten.”

Aan het eind van de soera formuleert Mohammed zijn conclusie bij het verhaal van Jozef, in het licht van zijn eigen boodschap:

111 Zeker, in het verhaal over hen is een les voor de verstandigen; het is geen bericht dat verzonnen is, maar het is een bevestiging van wat er voordien al was en de uiteenzetting van alles en een leidraad en barmhartigheid voor mensen die geloven.

Zie ook

  • Toon Rode draad Bijbel en koran

Heeft betrekking op:

Genesis 37:1-44:3