Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Judith Herzberg – Zevenentwintig Liefdesliedjes

In 1971 schreef Judith Herzberg voor een kinderprogramma over het Hooglied zevenentwintig liefdesliedjes. Herzbergs transcripties zijn echte liefdesliedjes, in een min of meer kinderlijke toonaard geschreven. Ze beschrijft de voorstellingen en handelingen die in Hooglied staan op zo’n manier dat de kinderen, voor wie deze liedjes in eerste instantie geschreven zijn, die kunnen invoelen. Het vierde gedicht uit de bundel, gebaseerd op Hooglied 4:2, is daar een goed voorbeeld van:

Je ogen zijn leuker
Dan andere ogen
Het lijken wel vogels
Duiven of zo
Je wimpers de vleugels
Die even bewegen
Je vliegt bij me binnen
Als ik naar je kijk
En jij kijkt naar mij tegelijk.

Liefde is hier dus een spel dat ook door kinderen kan worden gespeeld. Naast het kinderlijke zit er ook een sprookjesachtig element in de liedjes. De bloeiende natuur, met geurige kruiden als mirre en wierook, met dieren als de leeuw en de luipaard en een cultuur waarin koningen worden rondgedragen in een draagstoel, maken de inhoud van Hooglied tot een sprookjesachtig geheel. Een voorbeeld hiervan is gedicht negen, gebaseerd op Hooglied 3:6-8.

Wie komt daar aan uit de woestijn
In wolken van wierook en specerijen?
Het is de draagstoel van de koning
Met zestig geweldige helden er om
Met zestig geweldige helden
Zwaarden en sabels van angst dragen zij
Van angst voor de nacht aan hun zij.

Toch is het Hooglied in de eerste plaats een liefdeslied, een verheerlijking van de liefde en van de geliefde, een uiting van vreugde om zijn bijzijn en van verdriet om zijn gemis. Het kinderlijke spel wordt ernst en het sprookje neemt de vorm aan van een hartstochtelijk gedreven werkelijkheid (Hooglied 5:4-5):

Toen stak mijn vriend zijn hand door de deur
Mijn binnenste kreeg opeens een kleur
Ik ben toen opgestaan
Om mijn liefste binnen te laten.
Ik trilde van het willen
Het was of het slot van de deur
In mijn hand smolt tot een geur.

Zie ook

  • Toon terzijde Jeff Hamburg - Drieluik van een arts

Bibliografische referenties

J. Herzberg, Zevenentwintig liefdesliedjes. Amsterdam, 1971.

‘Liefdesliedjes naar het Hooglied’, in Brood op de plank door A. Morriën, p. 511-512, Amsterdam 1999.

Heeft betrekking op:

Hooglied 3:6-8, Hooglied 4:1, Hooglied 5:4