Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

Kees van der Zwaard - Doodgoed

Na zijn 'bijbelse' stukken over JobKees van der Zwaard - Job, een man uit het land Utz, HoseaTheaterwerkplaats Ode - Hosea en David schreef Kees van der Zwaard in 1999 een tekst waarin met name het bijbelboek Openbaring een rol speelt: Doodgoed. Zelf vat hij de kern van het stuk zo samen:

Doodgoed gaat over een man en zijn droom. Hij is groot geworden met verhalen over goed en kwaad. Die verhalen hebben zijn passie wakker geroepen voor klare taal en zuivere daden. Maar er zijn zoveel dingen die hij zo vaak niet begrijpt. Het geaarzel, terwijl de waarheid vraagt om overtuigingskracht. Het gedraai, terwijl je uit liefde principieel moet durven zijn.
En dan komen de paarden van de Apocalyps. Wit, rood, zwart, vaal. Zijn het paarden van waanzin of van de waarheid? Spant hij ze in of laat hij zich inspannen? Hij zet koers. Maar waarheen? Naar de gerechtigheid? Of naar zijn eigen gelijk? Hij gaat tot op het bot. Maar waarvan? Van de moraal? Van de liefde?
Bestaat er waarheid zonder cynisme?

'Zoveel dingen zijn er die ik zo vaak niet begrijp.' Deze zin komt vaak voorbij in het stuk. We zien een man die zich verbaast over heel verschillende facetten van het leven in deze tijd. Dat varieert van voorverpakte levensmiddelen, computerspelletjes en openbare toiletten tot de onbegrijpelijke naïveteit van mensen of hun even onbegrijpelijke wreedheid. We zien hoe de man zich voorbereidt op de reünie van zijn schoolklas:

'Hé, hoe is het?
Leuk dat je er bent.
Lang niet gezien.
Wat doe je tegenwoordig?'
Ze vertellen elkaar hoe het met ze is.
Ze praten na over hoe het was.
Zonder benul van hoe het zal zijn.
Mensen komen terug, maar niet op zichzelf.
Wie durft de waarheid aan?
Wie durft te zeggen dat het is mislukt?
Wie durft te wijzen naar de schuldigen?
Wie steekt zijn vinger in de lucht en roept er ik?
De herinnering wordt bijgekleurd.
Verhalen aangepast aan het verlangen.
Van wie zouden ze dat toch hebben?
Die drang om te ontsnappen
aan wat ze hadden moeten doen.
Dat schoonpraten van doodlopende straatjes.
Iemand heeft het voorgedaan.
Net zolang tot iedereen het nadeed.

De school waarop hij gezeten heeft, zal zeker een school met de bijbel geweest zijn. Toen er op een dag een nieuwe juffrouw kwam, kreeg zij van het hoofd der school, voor hij het lokaal uitliep, deze instructie:

'Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg,
ook wanneer hij oud geworden is,
zal hij daarvan niet afwijken.'
Verbaasd keek de juf hem na.
Ik zag het meteen: die is nieuw.
Wat zeg je?
Spreuken 22, vers 6.
Zo, jij bent goed op de hoogte.
Ken je nog meer van die leuke teksten?
Wat zeg je?
'Deze zes dingen haat de Heer:
hoogmoedige ogen,
een valse tong,
handen die onschuldig bloed vergieten,
een hart dat heilloze plannen smeedt,
voeten die zich haasten op weg naar het kwade,
en wie twist stookt...'
Dat vindt toch iedereen, zegt de juf.

Via een passage uit Job - 'Heb jij het paard zijn élan gegeven, / zijn hals met manen bekleed? ...' - komen we in de stijl en de thematiek van Openbaring:

Zie.
Ik zie een bruidsstoet.
Hij trekt voorbij aan de afdeling waar ik werk.
Een koets met vier paarden.
(...)
Kom!
En zie.
Ik zie een wit paard,
en die erop zit heeft een boog
en hem wordt een kroon gegeven,
en hij trekt uit, overwinnende om te overwinnen.
En zie: ik zit op het paard.
Ik ben de koning.
Ik span mijn boog.
Strakker dan Robin Hood.
Scherper dan Wilhelm Tell.
Ik vecht voor het wit van de waarheid.

Na dit eerste paard met zijn ruiter (Openb. 6:2) volgen de drie andere uit vs. 4-8. Aan het eind van het verhaal zijn we op de reünie aangeland. De gebeurtenissen daar worden beschreven in voluit bijbelse bewoordingen: 'En de zon zal niet meer zijn.' - 'En zie. / De zon wordt grauw als een haren zak.' - 'En zie. / De zon. / Rood als bloed.' (vgl. Openb. 6:12; 21:1)
Het laatste beeld van de voorstelling verwijst naar Richteren 4, het verhaal van Jaël en Sisera.

Bibliografische referenties

Kees van der Zwaard, Doodgoed, Gorinchem: Narratio, 1999.

Zie ook: www.keesvanderzwaard.nl

Heeft betrekking op:

Openbaring 6:1-8, Spreuken 6:16-19, Spreuken 22:6, Rechters 4:17-22, Job 39:22-28