Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Klaaglied om Egidius

Een van de mooiste klaagliederen uit de Nederlandse cultuur is het Egidiuslied, een klaagzang van de dichter voor zijn overleden vriend Egidius: Egidius waer bestu bleven? Het werd in de veertiende eeuw opgeschreven in het zogenoemde Gruuthuse-handschrift.

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn
 
Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn
Alle vruecht es di ghegheven
 
Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
 
Nu bidt vor mi ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn
Verware mijn stede di beneven
Ic moet noch zinghen een liedekijn
Nochtan moet emmer ghestorven sijn
 
Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Het herhaaldelijke ‘Du coors die doot, du liets mi tleven’ kan vertaald worden met ´Jij koos de dood, liet mij het leven´, maar dan niet in de betekenis van zelfmoord. Zelfmoordenaars verspeelden volgens middeleeuwse opvattingen de hemel, terwijl hier in de tweede strofe geen misverstand bestaat over het feit dat Egidius `in den troon verheven` is. De scherpe tegenstelling in deze regel geeft aan dat Egidius als ziel in de hemel gelukkig is, terwijl de zanger in het ondermaanse nog moet `sneven ende in de weerelt liden pijn`.

Bibliografische referenties

Het Gruuthusehandschrift wordt sinds begin 2007 bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Via de Egidiuspagina op Literatuurgeschiedenis.nl is een vertaling van Willem Wilmink en een muzikale uitvoering van Paul Rans te vinden.

Via de dbnl is de Gruuthuse-editie van K. Heeroma te vinden, met daarin ook een hoofdstuk over Egidius.

Heeft betrekking op:

Klaagliederen 1:1