Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Koningen in Daniël

De eerste vier hoofdstukken van het boek Daniël spelen tijdens het leven van Nebukadnessar, de zoon van Nabopolassar. Nebukadnessar was 43 jaar lang koning van de Babyloniërs (605-562 v. Chr.). Nadat hij de troon bestegen had, voerde hij oorlog in Syrië, Egypte en Arabië; ook sponsorde hij grootse bouwprogramma's. Zijn naam is echter vooral verbonden aan de verwoesting van Jeruzalem, de ontwijding van de tempel van Salomo in 586, en met de deportatie van het Joodse volk: de Babylonische ballingschap (2 Kon. 24-25; Jer. 52).

In Daniël 5 komt koning Belsassar in beeld; ook de visioenen van hoofdstuk 7 en 8 zijn gesitueerd in zijn regeerperiode (549-539 v. Chr.). In Daniël 5 (bijv. vers 2) wordt gesuggereerd dat Nebukadnessar zijn vader was; dezelfde gedachte vinden we ook in Baruch 1:11-12.

De derde koning in dit boek is Darius de Mediër; zie Daniël 6 en 9. Vermoedelijk is hiermee de Perzische koning Darius IDarius I bedoeld.

De vierde koning die genoemd wordt, is de Perzische koning Cyrus (of Kores). Zijn naam valt in 1:21 en 6:29; het laatste visioen (Daniël 10-12) is gesitueerd in zijn derde regeringsjaar. Koning Cyrus heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van het joodse volk; zie de terzijdes over het Perzische rijkHet Perzische rijk en het decreet van CyrusHet decreet van Cyrus.

Heeft betrekking op:

Daniël 1:1, Daniël 5:1, Daniël 6:1, Daniël 10:1