Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Kruisiging

Kruisiging is zonder twijfel een van de meest wrede en afschuwelijke manieren om iemand terecht te stellen. Het slachtoffer werd met handen en voeten vastgespijkerd aan een paal, waarna hij een langzame en miserabele dood stierf. Soms werd er een ‘stoeltje’ (sedile) bevestigd aan de paal, waarop het slachtoffer kon rusten. Dit was echter geen blijk van genade, want de mogelijkheid het lichaam te ondersteunen verlengde de doodstrijd alleen maar. De gebruikelijke foltering voorafgaand aan de kruisiging kan wel gezien worden als een gruwelijke vorm van ‘genade’. Een door geseling verzwakt lichaam zal eerder bezwijken (er is een verhaal bekend uit de oudheid van een groep bandieten waarvan de ‘meest beruchte’ voorafgaand aan de executie juist niet gefolterd wordt voor de kruisiging).

Hoewel we kruisiging tegenkomen bij tal van volken in de antieke wereld, zijn het de Romeinen geweest die de straf voor het eerst op zeer grote schaal hebben toegepast. Andere volken spijkerden over het algemeen de lijken van geëxecuteerde misdadigers aan een paal; mensen levend kruisigen gebeurde alleen in uitzonderlijke situaties. Kruisiging was bij de Romeinen de gebruikelijke straf voor opstandelingen (dat was ook de ‘misdaad’ van Jezus), maar ook op desertie, moord, het vervalsen van testamenten en het trekken van ’s keizers horoscoop stond deze straf. Er moest wel sprake zijn verzwarende omstandigheden om iemand tot zo’n gruwelijke dood te veroordelen.

Er bestond klassenjustitie in het Romeinse Rijk. In de literatuur staat kruisiging dan ook bekend als de ‘slaven-straf’, omdat vooral slaven en niet-Romeinen het risico liepen gekruisigd te worden (alleen in geval van hoogverraad kon een Romeins burger deze straf krijgen).

De kruisdood werd in nieuwtestamentische tijden niet alleen verschrikkelijk gevonden. Kruisiging was ook uitermate vernederend en in zekere zin obsceen. Dit blijkt uit de discussie tussen vroegchristelijke kerkvaders en Romeinse ‘heidenen’ over het christendom. Het was voor die laatsten een belachelijk idee dat de christenen een Heer vereerden die als een misdadiger de meest vernederende en schaamtevolle dood denkbaar gestorven was: ‘welk dronken oud wijf dat een klein kind met verhaaltjes in slaap sust, zou zich niet schamen dergelijke belachelijke nonsens uit te kramen?’. Dit is ook de reden waarom de apostel Paulus de boodschap over het kruis een ‘dwaasheid’ noemt voor ‘hen die verloren gaan’ (1 Kor. 1:18).

Heeft betrekking op:

Marcus 15:24, Lucas 23:26-49, 1 Korintiërs 1:18