Overzicht bijbelboeken

Letteren > Drama

Lauris Jansz. - Jesus onder die leeraers

Lauris Jansz. was factor van de Haarlemse rederijkerskamer 'De Wijngaertrancken'. Hij heeft een indrukwekkende lijst werken op zijn naam staan. Zijn zinnespel Jesus onder die leeraers was bedoeld voor opvoering bij het bezoek van Willem van Oranje aan Haarlem in 1580. Het stuk werd in 1606 licht bewerkt tot Hoe Christus sit onder die leeraers.

In de proloog bespreken drie personen alvast het thema van 'tnaevolgende spel': hoe is het toch mogelijk dat geleerden menen de wijsheid in pacht te hebben en minachtend neerzien op de gewone man en vrouw? De bijbel laat toch meer dan eens zien dat God de wijsheid geeft aan de eenvoudigen van hart? Samen sommen ze de voorbeelden op:

... Daniel / daer godt in heeft gesent
sijn geest excelent / seer wel gemaniert
noch sijnde een kint / hoe Die heeft bestiert
die owe twee boeven / Datse werden gedoot
... petrus Der apostelen hoot
Die maer een vischer was / plomp ende ruijt
wie hadt hem ... die geleertheijt beduijt
daer sulcken virtuijt en cracht doer wrochte
Sebedeus kinderen ...
hoe dat dat waren slechte eenvoudige menschen
ongeleert in die studij / nochtans nae wenschen
ontfangen den geest van die godtlijcke ader
[zie o.a. Marcus 1:19-20]
Jae chrijstus ... dancte sijn hemelsche vader
dat hij hadde verburgen / voor die groote geleerden
sijn godtlijcke wijsheijt / Die sij niet en begeerden
en hadt het Den cleijnen simpelen gegeven
[zie o.a. Lucas 10:21]

In het stuk zelf, dat het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel (Luc. 2:41-51) uitbeeldt, treden op: Joseph een man eenvoudich gecleet, Maria een vrow slecht gecleet, en Jesus een knechjen simpel gecleet; daarnaast zijn er de vier 'leeraers', altsaemen als doctooren ende priesters gecleet. Jezus neemt 345 regels tekst voor zijn rekening, op een totaal van 984 regulen. Veel van Jezus' tekst bestaat uit letterlijke citaten uit de bijbel; het gaat dan wel meestal om uitspraken die hij daar op latere leeftijd gedaan heeft. Dat is - in elk geval voor de 16e-eeuwer - minder onlogisch dan het lijkt: als God-mens weet Jezus natuurlijk exact wat er gebeurd is en wat nog in de toekomst verborgen ligt. In diezelfde lijn hoeft ook het gemak waarmee Jezus het - ook tegenover Jozef en Maria - heeft over 'mijn Vader' als hij God bedoelt, ons niet te verbazen.
Wel strijdig met de logica is het dat een van de schriftgeleerden de krachtterm 'gans honden' (= Gods wonden) in de mond neemt. Deze verwijzing naar de stigmataStigmata komt wel erg voortijdig.
Een ander aardig anachronisme is Jezus' verwijzing naar 'den Souter': Souterliedekens is de titel van een psalmberijming uit 1540.

Aan het begin van het spel gaan Jozef en Maria met hun zoon op weg naar Jeruzalem voor het de jaarlijkse pesachviering. De eenvoudige ouders hebben eigenlijk geen idee wat het feest inhoudt. Gelukkig hebben ze Jezus bij zich:

Hoort mijn Lieve moeder ick salt u onderwijsen
let wel op die Reden / tsal verlichten die paen
doen mijn hemelsche vader / waerdich om prijsen
op Israhel sach hoe datse waren belaen
onder pharoos gewelt Die met alle quaen
arbeijden om haer te brengen tot niet
heeft hijse verlost Doort Roo meer doen gaen
droochs voets sonder hinder tes soo gheschiet
ende pharo Den Tiran hij verdrincken Liet
met alle sijn macht ende groot gewelt
maer eer dees Daden oijt quaemen tot gebiet
heeft hij Dees feest van paeschen inne gestelt
door moijses sijn knecht soo exodij vermelt
tot memorij van dien / wertse onderhowen

Jezus beperkt zijn onderwijzing niet tot het navertellen van de gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël, hij legt ook de hele symboliek van Pesach uit. Hij maant zijn ouders (en het publiek) zich niet blind te staren op de uiterlijke tekenen, maar de diepere zin te verstaan. Zo verklaart hij: 'Tbloet van dat Lammeken is het bloet des heeren / die posten off die stijlen es smenschen gemoet'. Jezus trekt de lijn van Exodus 12 en de wetten van Mozes naar de theologie van 1 Korintiërs en de Brief aan de Hebreeën.
Vooral voor Maria is Jezus' uitleg pijnlijk, als ze beseft wat de gevolgen zullen zijn voor haar zoon - al kan hij zijn ouders ook meteen weer troosten:

Maria
Och soo sullen in u dan werden gewrooken
alle menschen sonden nae scriftuers vermaen
och adams sondt / wat hebdij gaen coocken
mijn kint salder om sterven / Dit hout mijn belaen
Jesus
Ten derden dage sal hij weder op staen
gelijck tcooren inder aerden / eerst moet sijn gesturven
eer daer Iemant vruchten off can ontfaen
jae moet verrotten / en sijn bedurven
[vgl. Joh. 12:24]
(...)
Maria
Mijn siel maect groot den heer
in godt mijn salicheijt es mijn geest verblijt
hij heeft aengesien Die ootmoedicheijt teer
van sijnen Diensmaecht / nu in desen tijt
Joseph
Alle geslachten der aerden ver ende wijt
sullen u saelich prijsen / oick hoe gebooren
want groote dingen / heeft den heer gebenedijt
aen u gedaen en gewrocht soomen bespooren
Maria
Sijn barmherticheijt seer hooch vercooren
duert van geslachte tot geslachte / die hem ontsien
hij heeft gewelt geoefent int verstooren
vanden hovaerdigen die hem geen eer en bien
[vgl. Luc. 1:46- ]

Ook later in de discussie met de vier Doctooren blijft Jezus erop hameren dat de hele tempeldienst zinloos is als er geen sprake is van bekering. Hij opent de Schriften voor hen, maar zij voelen zich erdoor bedreigd in hun godsdienst (en hun broodwinning). Een klein fragmentje om te laten zien hoe er gediscussieerd wordt:

Tweede Doctoor
Deese Jongen wonderlijcke dingen vertelt
ick wert heel ontstelt / Door sulcken rappoort
waer is oijt van een kint sulcken reden gehoort
ick blijff schier verdoort / Doer sulck bedien
ick moet die schriftuer Daerom gaen besien
en die oick doerwien / al ben ick Dongeleerste
waer staetet manneken
Jesus
Baruch int tweede Esaias int eerste
daer suldijt vinnen / Daer niet op en slapt
Derde Doctoor
Bij Loo tes hier niet uuijtgescrapt
hij heeft hem niet verhapt al est maer een kint

Een duidelijk pijnpunt betreft ook de Messiasverwachting. De schriftgeleerden bespreken de belofte van de messias, maar Jezus houdt hun voor:

Als messias comt suldij hem niet kennen
men sal die hant aen hem scennen alsoomen Leest
daer aldus van hem gescreven staet
wij sagen hem aen / ende hebben hem versmaet

En bovendien: de messias ís er al. Inderdaad herinneren de schriftgeleerden zich de opschudding van twaalf jaar terug:

Deerste Doctoor
Tis twaeliff Jaer geleeden dat was gestoort
heel Jerusalem / met herodes te saemen
door drie coningen die uuijt orienten quaemen
die seijden bij naemen / dat messias gebooren // was
maer twas een seggen / dattet al verlooren // was
daer quam een verstooren ras / daer bleef Leggen die cloot
Tweede Doctoor
Daer sijn veele onnoosele kinderkens om gedoot
diemen door sulcken noot / in haer bloet sach bevriesen
want herodes sorchde / sijn rijck te verliesen
dus ginck hij kiesen / Dit gruwelick moorden
Derde Doctoor
Maer twas maer fantazij dat wij daer off hoorden
dees coningen seijden / datse hadden gesien
een sterre inden oosten met haer Drien
maer sedert haer affscheijt ginck Dat verdwijnen
Vierde Doctoor
Maer als messias comt die sal anders verschijnen
met groote heer cracht van wagens en paerden
en sal triumpheeren hier soo opter aerden
dat sijn vianden voor hem sullen werden confuus
[vgl. Matt. 2 en Hab. 3]

De Doctooren krijgen gaandeweg meer moeite met Jezus' wijsheid, die hun vooral als onbeschaamde eigenwijsheid stoort. Aan het eind van het stuk staan de getergde schriftgeleerden op het punt Jezus de tempel uit te smijten. Tegen Jozef en Maria zeggen ze dat ze hun zoon beter in de hand moeten houden, anders zal het nog slecht met hem aflopen!

Bibliografische referenties

Lauris Jansz., Een spel Van sinnen Van Jesus Onder Die Leeraers Lucas int 2 capittel.
Deze tekst is opgenomen in: W.N.M. Hüsken, B.A.M. Ramakers en F.A.M. Schaars (eds.), Trou moet blijcken. Bronnenuitgave van de boeken der Haarlemse rederijkerskamer 'de Pellicanisten'. Deel 4: Boek D. Assen: Quarto, 1994. [De volledige tekst van prologe, spel van sinnen en conclusij is, met een fotografische weergave van het origineel, te vinden in de DBNL, vanaf p. 554 t/m p. 621.]

Heeft betrekking op:

Lucas 2:41-51, Lucas 10:21, Exodus 12:21-23, Toevoegingen aan Daniël B:45-61-62