Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Louis Couperus - Babel

In de beeldende kunst zijn veel voorstellingen van de toren van Babel bekend. De Vlaamse schilder Pieter Brueghel heeft er zelfs verschillende gemaakt. Machtig rijst de terrasvormige tempeltoren, de Ziggurat, op uit het vlakke landschap rondom.

Pieter Bruegel de Oudere
Bouw van de toren van Babel

De roman Babel (1901) van Louis Couperus (1863-1923) is een mythisch sprookje, waarin de herderszoon Cyrus door onzichtbare krachten naar de stad Babel wordt getrokken waar na eeuwen het bouwen aan de reusachtige toren is hervat. Couperus' pennestreken steken het penseel van Brueghel naar de kroon.

Duizenden gingen naar Babel op, nu waarde het gerucht, dat de Bouw werd hervat door de trotse Bouwmeesters van Babel. En Cyrus zag de karavanen - de zwarte strepen van mieren - wriemelen de trappenvluchten op, die - gezien uit de verte, klein - zich uitbreidden hoe dichter de jongen nabij kwam, tot hij zich mengde met de duizenden, en tot het scheen of iedere tree van het monsterachtig monument zelve een Stad was, zelve éen opeenstapeling werd van weer koepels, weer tinnen en spitsen - alsof men slechts langs traptredende steden het eerste Babelterras zou bereiken. En een gevoel van ontzag werd in hem wakker, de jonge herdersprins, die kwam uit de eenvoud van bos- en van bergleven. Dát, dat hadden de mensen gedaan, de voorvaderen van de mensen! Dát, dat hadden de reuzen gedaan, de Enochskinderen, die de hemel wilden bereiken door trap te bouwen tot trap, terras tot terras, en toren te zetten op toren! Op iedere trede-stad rezen hoger de tinnen, de spitsen, en bogen als luchtbruggen verenigden kantelen en kogels. Van de kartelingen der kantelen naar de gouden en bronzen torenballen welfden door de sombere lucht zich de bruggen als telkens hoger beschrevene halfcirkels. Zo bouwden zich de trapsteden tot elkaar, zo vloeide samen al het monument.

Bibliografische referenties

Louis Couperus, Babel. Amsterdam, 1901.

Heeft betrekking op:

Genesis 11:1-9