Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Lucebert - het vlees is woord geworden

In 1948 publiceert Lucebert onderstaand, dan nog titelloos, gedicht. Als het gedicht later opgenomen wordt in de bundel apocrief / de analphabetische naam (1952) krijgt het zijn 'theologische' titel.

het vlees is woord geworden

nu komen ook de kooien van de poëzie
weer open voor het gedierte van miró
een vlo een lekkerkerker en een julikever
raken met hun tentakels in de taal

oh droomkadaster gevoelig vatikaan
nu dwalen de devoten veel in uw terrarium
en kikkerstar ademend op avondmis
een aeralang - duister als bankgebouwen
onder de onweerlucht - ruisend van inflatiegerucht

maar snachts ontwaken de kanonnen hunner tongen
en kwakend gaan de granaten van hun kreten
over het ijskoude woud
kinderen op hun ogen koud
en schamel hurken om de stulpen van hun lippen
daar knettert het geraamte van de kerststal al
er is een heiland in met door zijn lijf
vijf kogeltrechters voor een nagelval

de tranen van de dood
de maden van kristal

Theoloog-historicus Theo Salemink zegt hierover: 'De titel is een program. Het verwijst natuurlijk naar een van de kernzinnen van de christelijke traditie, te vinden in het begin van het evangelie van Johannes: en het Woord is vlees geworden. Deze verwijzing wordt nog sterker als je je realiseert dat de bundel waarin dit gedicht staat als opdracht heeft: et homo factus est. Een tekst uit het credo van Nicea (325).
Qui propter nos homines et propter nostram salutem descendit de caelis. Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine, et homo factus est.
Hij is voor ons, mensen en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden.
Het verwijst allemaal naar de gedachte dat God mens geworden is om de mens te verlossen van een oerzonde (incarnatie), en naar de gedachte dat het lijden en sterven van Jezus Christus de oude zondeval ongedaan maakt. Lucebert neemt dit oude idioom over maar transformeert het tegelijkertijd. Bij hem is het vlees woord geworden, lichaam wordt logos. De opdracht et homo factus est staat in de deelbundel die 'apocrief' heet: een boodschap die niet tot de canon van de heilige geschriften behoort, maar eerder ketters is. In het gedicht vinden nog meer transformaties plaats. De 'heiland' sterft reeds in de kerststal, niet 33 jaar later aan het kruis. En het zijn de 'devoten' zelf die met de 'granaten van hun kreten' – de taal is vervuild – de kerststal in vlam zetten. En die devoten hebben te maken met het Vaticaan en met de dieren van Miró. En het kind in de kerststal heeft te maken met de kinderen in het koude woud, met de kinderen van Auschwitz wellicht. Alles wordt op z’n kop gezet, het oude idioom omgebouwd.'

Bibliografische referenties

Lucebert, 'apocrief / de analphabetische naam' in: verzamelde gedichten, Amsterdam: De Bezige Bij, 2002, p. 13-79

Theo Salemink, 'Het schone en het voze' in: Trouw, 26 april 2008

Theo Salemink, Een andere Lucebert. Op het snijvlak van avant-garde en katholicisme, Nijmegen: Valkhof Pers, 2008

Heeft betrekking op:

Johannes 1:14