Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

M. Nijhoff - Voor dag en dauw

Martinus Nijhoff heeft deze acht sonnetten, met een begeleidende open brief, in 1936 aan de beroemde historicus Johan Huizinga aangeboden. Het is zijn dichterlijk antwoord op Huizinga's In de schaduwen van morgen. Huizinga had in zijn boek 'een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd' gegeven; het boek - uit 1935 - opent bijna profetisch:

Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.

Nijhoff constateert in zijn open brief dat het voor Huizinga meer 'schaduw' dan 'morgen' is.

Niettemin neem ik uw bewering, dat ge niet pessimist, maar optimist zijt, letterlijk. Ge zijt, om het met grote woorden overduidelijk uit te drukken, eer een Jesaja dan een Jeremia. Gij ziet de wereld een woestijn worden maar blijft bij deze ondergang vertrouwen op uitkomst. 'Hij zal hare woestijn maken als Eden en hare wildernis als den hof des Heeren' [Jes. 51:3].

Nijhoff sluit zich daarbij aan: 'Wij leven in het donker van 'voor dag en dauw'.' En in die geest heeft hij getracht, met de woorden en beelden van Huizinga én Jesaja in zijn hoofd, acht menselijke figuren te schetsen 'zoals zij zich in de morgenschemering gedragen'.
In het 6e sonnet gaat het dan over een werkvrouw die 's ochtends een huis begint op te ruimen:

De kamer hardt de lucht niet langer van
tabak en onververste bloemenvazen,
en in de keuken vragen whisky-glazen
of de aanslag ooit nog afgewassen kan.

Gedenkt vorige dingen niet, gij dwazen;
'k maak alle dingen nieuw; ik zal geen man
om Jacob's zonde uitleveren ten ban;
ik ben met u; ik ben de eerste en de laatste.

Reeds is de werkvrouw aan het werk gegaan.
De poetsmand laat ze in de open voordeur staan.
O, merk hoe luchtiger in huis het wordt!

Zij poetst, buiten, het koperen naambord.
Hoe spiegelend wordt het, hoe smetteloos!
De wildernis zal bloeien als een roos.

In dit sonnet herkent de oplettende lezer woorden uit de Statenvertaling van Jesaja 35:1, 43:18-19 en 28 en 44:6. En zinspeelt het blinkende naambord misschien op de 'nieuwe naam' uit Jes. 62:2 en 65:15-16?

Zie ook

  • Toon terzijde Roos, narcis, krokus, lelie

Bibliografische referenties

Martinus Nijhoff, 'Voor dag en dauw' in: Verzamelde gedichten. Den Haag: Bert Bakker, 1974 (4e dr.), p. 439-450.

Johan Huizinga, In de schaduwen van morgen. Ingeleid en geannoteerd door George Harinck. Soesterberg: Aspekt, 2008

Heeft betrekking op:

Jesaja 35:1-2, Jesaja 43:18-19, Jesaja 44:6, Jesaja 51:3, Jesaja 62:2, Openbaring 21:5