Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Maarten 't Hart - De versnijdenis

In 'De versnijdenis' vertelt Maarten 't Hart het verhaal van een jonge biologiedocent die op maandagochtend met lood in de schoenen naar school gaat. Als beginnend leraar heeft hij de grootste moeite om orde te houden. Daardoor is het lesgeven een kwelling voor beide partijen. In zijn machteloze strengheid wordt hij al gauw onredelijk, wat hem in alle rumoer steevast op het verwijt 'gemeen' en 'onrechtvaardig' komt te staan. Ook zelf bedenkt hij ergens in het verhaal: 'Vreemd dat zo'n zachtmoedig en vriendelijk jongmens zich slechts met gedreig en gebrul staande wist te houden. Vreemd dat een rustige, aardige jongen een monster werd. Maar ik wist waarom: tijdens het lesgeven werd een innerlijke stem in hem tot zwijgen gebracht. Hij was zo tot het uiterste gespannen en geconcentreerd dat er geen tijd meer overbleef en geen gelegenheid was voor innerlijk commentaar op wat er om hem heen gebeurde.'

Hoe groot de wanhoop bij hem is, waardoor elk (machts)middel dat de orde helpt handhaven hem welkom is, blijkt wel uit de volgende passage. De docent is vroeg op school, om vanaf het begin alles onder controle te hebben. Maar toch, 'het liet zich aanzien dat het een zware dag zou worden'. Vóór het eerste uur begint, gaat hij naar zijn lokaal:

Nog waren er geen leerlingen, maar de klok luidde al. In het bijbelrooster zocht ik op wat ik, bij wijze van dagopening, diende voor te lezen. Kon ik elke les maar beginnen met bijbellezing en gevouwen handen, dacht ik, tijdens Woord en Gebed zijn ze tenminste stil. Als men het een beetje weet te rekken, zijn er al vijf minuten voorbij en bovendien oefent het feit dat je in gewijde sfeer aanvangt, een weldadige invloed uit op de leerlingen. Ja, het christelijke geloof is soms nog best ergens goed voor.
De eerste leerlingen betraden joelend het lokaal. Dat moment - het is niet te beschrijven. Het lijkt of er iets in je afsterft, of je spijsvertering tot stilstand komt, op de galblaas na. Vanaf de nek tot het staartbeentje kruipt er een schorpioen over je ruggewervels en de tenen krommen zich als voor een noodsprong. Daarom zocht ik haastig Philippenzen 3 vers 2 op; dat diende ik die dag te lezen. Maar de tekst voor die dag luidde: 'Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis.' Vol weerzin sloeg ik het Nieuwe Testament dicht. Maar wacht, stond dat er echt: de versnijdenis? Wat mocht dat in Godsnaam wel te betekenen hebben? Niet goed gezien natuurlijk, besnijdenis stond er. Ik zocht het weer op, nee, er stond versnijdenis. Terwijl kleine, lieftallige meisjes langs me liepen, sloeg ik de bijbel dicht en heropende hem bij het boek der psalmen. Nog was er sprake van een ordelijk geroezemoes - ik wachtte tot ze allen zaten en er één, ongevraagd, de deur sloot en toen las ik, zo langzaam mogelijk, psalm 68 in zijn geheel voor, bij de aanhef met stemverheffing: 'God staat op, zijn vijanden worden verstrooid, zijn haters vluchten voor zijn aangezicht.' Naderend tot vers 36 van de psalm zag ik op mijn horloge dat er al drie minuten voorbij waren. Ik sloot de bijbel, vouwde de handen, en de dertig meisjes voor me vouwden de handen ook. Ik wachtte nog even - ook dat moment kon gerekt worden, je kon immers niet beginnen voor het muisstil was geworden in de klas. Als het lang duurde, gebeurde het zelfs vaak dat er een meisje begon te giechelen, simpelweg omdat ze de spanning niet kon verdragen en dan was je wel gedwongen nog langer te wachten. Hoe langer gebeden, des te korter geleden, dacht ik, en ik stelde mij voor hoe ik drie kwartier zou bidden - een heel lesuur zou spreken tegen de Allerhoogste en al die tijd zouden de meisjes doodstil in de banken zitten. Maar ik wist al, voordat ik de eerste woorden van het gebed uitsprak - een zo lang mogelijk uitgesponnen aanhef: 'Goedertieren, almachtige, liefdevolle God en getrouwe Vader in de Hemel ...' dat ik niet in staat zou zijn om lang te bidden. (...) Zo bad ik - het woord zonde mij nog net ontglippend, het woord schuld altijd bruikbaar, het woord Amen steeds te vroeg. (p. 326-328)

Bibliografische referenties

Maarten 't Hart, 'De versnijdenis' in: Verzamelde verhalen, Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992, p. 325-337.

Heeft betrekking op:

Filippenzen 3:2