Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Maarten 't Hart - Het brandende braambos

Maarten 't Hart staat niet alleen bekend als een vlijtig romancier, hij heeft ook heel wat korte verhalen op zijn naam staan. De bundel De zaterdagvliegers bevat het aandoenlijke verhaal 'Het brandende braambos' over een gereformeerd jongetje dat aan de Maasoever tijdens het spelen een meisje ontmoet. Deze Esther ("Je weet helemaal niets van de bijbel af en toch heet je Esther. Hoe kan dat nou?") is geobsedeerd door seksualiteit, hoewel ze daar feitelijk nog te jong voor is. Hij moet niets van haar toenaderingen hebben en doet manmoedige pogingen om haar te bekeren tot het christelijk geloof. Daarbij begint hij bij het begin, met de schepping van de wereld.

'Hoe ging het toen verder?' vroeg ze, terwijl ze weer begon te lopen.
'Toen kregen Adam en Eva kinderen, Kaïn en Abel, maar dat vertel ik je later nog wel, en over Noach ook, en over Abraham, want die werd een groot volk, en toen werden Mozes en Aäron geboren.'
'Zo heet de vriend van mijn zus ook,' zei ze, 'tenminste, hij heet Ron. Hij heeft me sigaretten gegeven. Ik heb ze bij me. Zullen we er eentje oproken?'
Ze haalde uit haar zak van haar mantel sigaretten en lucifers tevoorschijn en hij dacht verheugd: zolang we naar bramen zoeken en roken, kan ze niet weer beginnen over zoenen.
Opgetogen vertelde hij verder: 'Mozes ging op een keer schapen hoeden en zag toen... zag toen... Nee, nu vertel ik het te vlug, ik moet je eerst vertellen over het biezen kistje,' en zijn stem hield niet op met spreken, maar het geluid stierf weg en hij keek naar de dichte nevel boven de rivier, waaruit een paar masten oprezen die geluidloos voortbewogen.
'Biezen kistje?' vroeg ze, maar hij antwoordde niet en luchtig kneep ze hem in zijn arm en achteloos kneep hij terug, terwijl hij dacht aan datgene wat Mozes had gezien toen hij schapen hoedde. Hier kunnen we ook een brandend braambos maken, dacht hij, en dan komt God misschien wel, net als bij Mozes, en dan kan ik Hem vragen of ze niet naar de hel hoeft.
'Laten we een beetje opschieten,' zei ze, 'het wordt al vroeg donker. Zullen we rennen?'
'Best,' zei hij.

Bibliografische referenties

Maarten 't Hart, De zaterdagvliegers. Verhalen. Amsterdam, 1981 (2e druk).

Heeft betrekking op:

Exodus 3:1-10