Overzicht bijbelboeken

Terzijde

Magnificat / Lofzang van Maria

Robert Campin
Het Mérode-altaarstuk
Mijn ziel verheft Gods eer;
mijn geest mag blij den Heer
mijn Zaligmaker noemen,
die, in haar lage staat,
zijn dienstmaagd niet versmaadt,
maar van zijn gunst doet roemen.
 
Om wat God heeft gedaan
zal elk geslacht voortaan
alom mij zalig spreken:
o groot geheimenis
dat mij geschonken is.
Zijn almacht is gebleken.
 
Hoe heilig is zijn naam!
Laat volk bij volk te zaam
barmhartigheid verwachten,
nu Hij de zaligheid
voor wie hem vreest, bereidt
door al de nageslachten.
 
Des Heren kracht is groot;
zijn arm verstrooit, verstoot
die hoog zijn in hun ogen.
Hun tronen zijn niet meer,
maar gunstrijk wil de Heer
eenvoudigen verhogen.
 
De Heer vervult met goed
uit 's hemels overvloed
der hongerigen monden.
Hij ziet geen rijken aan,
maar heeft met al hun waan
hen ledig weggezonden.
 
Hij trok Zich Isrel aan.
Hij laat niet hulploos staan
die Abrams troost verwachten.
Groot en in eeuwigheid
is Gods barmhartigheid
voor duizenden geslachten.
 
Naar Johannes Eusebius Voet, bewerkt door Willem Barnard.

 

Door naar het volgende kerstliedKomt allen tezamen
Terug naar de inhoudsopgave KerstliederenKerstliederen

Heeft betrekking op:

Lucas 1:46-55