Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Marianne Witvliet - Kind van het water

Geboren op steenworp afstand van de Rotterdamse haven is het hoofdpersonage Nina Dodaars letterlijk kind van het water. Nina woont samen met haar moeder op een bovenhuis. Met haar vader heeft ze geen contact; over hem wordt thuis nauwelijks gesproken. Haar moeder, een diepgelovige vrouw, is kostwinner; ze is werkster bij vooraanstaande families en maakt lange dagen om het hoofd boven water te houden. Dit alles maakt de eigenzinnige Nina vastberaden het in haar eigen leven beter, in ieder geval anders, te gaan doen. Ze gaat studeren in het noorden van het land, ver weg van haar moeder, trouwt met een chirurg in opleiding zodat er geen geldzorgen meer zijn, en neemt langzamerhand ook steeds meer afstand van haar geloof.

Marianne Witvliet (1951) werkt bij het Reformatorisch Dagblad. Daarnaast schrijft ze boeken voor kinderen en volwassenen. Witvliet: 'Ik wil een bodem in mijn boeken in de vorm van een subtiele, maar duidelijk christelijke boodschap. Niet moraliserend.'
In deze roman spelen het geloof en de bijbel een grote rol. Het motto van de roman uit Spreuken 27, afgedrukt in drie bijbelvertalingen, is hiervan een eerste voorbeeld: 'Zoals water het gezicht weerspiegelt, zo weerspiegelt het hart de mens.' Het motief van herkenning en spiegeling komt op verschillende momenten in het werk aan de orde. Aan het einde van de roman bijvoorbeeld, wanneer Nina, inmiddels gescheiden, samen met haar dochter Kee door de haar zo bekende straten in Rotterdam wandelt:

Hier had mijn moeder gelopen. Doorgaans met een hoofd vol zorgen. Treurend om een dochter die onbereikbaar voor haar was en te vroeg uit haar leven was verdwenen. Met wie een gesprek geen zin had omdat de dochter haar niet respecteerde. Ik stond stil en staarde in het water, alsof ik daar het kind wilde zoeken dat ik ooit was geweest. Het kind dat over brugleuningen in het water keek hoe de wereld om haar heen zich weerspiegelde. (p. 247-248)

De geestelijke ommekeer bij Nina wordt aan het einde van het eerste deel ingezet. En ook hieraan ligt weer een bijbelpassage ten grondslag. Onderweg naar haar doodzieke moeder ontmoet ze een man, die haar een confronterende vraag stelt:

Hij keek me van opzij aan. 'Gelooft u?' vroeg hij.
'Nee,' zei ik. 'Ik ben een vijgenboom zonder vijgen.'
'U kent de Bijbel, merk ik.'
'Ja,' zei ik. (p. 133)

Nina verwijst hier naar het oudtestamentische bijbelboek Habakuk. Haar eigen vaststelling een boom zonder vruchten te zijn, zorgt ervoor dat haar leven een wending neemt. Ze scheidt van haar echtgenoot en besluit naar Rotterdam terug te keren. Gaandeweg, niet in de laatste plaats door zich aan haar moeder te spiegelen, verdiept Nina’s geloof zich.

Bibliografische referenties

Marianne Witvliet, Kind van het water, Zoetermeer: Mozaïek, 2008.

Heeft betrekking op:

Habakuk 3:17-18, Spreuken 27:19