Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Zegswijzen

Mensenkind

Mens, vooral als nietig schepsel.

Ook in de Nieuwe Bijbelvertaling komt het ongewone woord 'mensenkind' honderd keer voor, waarvan 92 in het boek Ezechiël. Buiten Ezechiël gaat het dan vaak om poëtische combinaties als 'Gelukkig de mens die zo handelt, / het mensenkind dat hieraan vasthoudt' (Jes. 56:2). In Ezechiël is het de term waarmee de profeet door God wordt aangesproken (vanaf 2:1; 4x in hoofdstuk 2, 6x in hoofdstuk 3, enz.). De letterlijke vertaling 'mensenkind' zorgt voor een bepaalde afstandelijkheid, en lijkt ook de nietigheid van de profeet tegenover God te accentueren. Vgl. hiermee ook de aanduiding 'Mensenzoon'Mensenzoon die Jezus in de evangeliën tientallen malen voor zichzelf gebruikt.

"Als je juist terugkomt van een dol-nerveuze ouwejuffer, wier 'hontie' uit louter overvoeding gister zijn dineetje heeft laten staan; zo'n mode-mormel, dat aan voeding driemaal meer kost dan dit mensenkind." (A. Roothaert, Doctor Vlimmen, 1936, p. 452)

Heeft betrekking op:

Psalm 8:5, Psalm 90:3, Jesaja 51:12, Jesaja 56:2, Wijsheid van Jezus Sirach 17:30, Ezechiël 2:1