Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Moens & Van Overstraten - Ruth in vier boeken

In 1790 verschijnt het stichtelijk dichtwerk Ruth van het schrijversduo Petronella Moens (1762-1843) en Adriana van Overstraten (1756-1828). Moens is blind sinds haar vroege jeugd. Hun boekje bevat maar liefst vier voorreden, die elk in ronkende taal het werk van de dames bij de lezer aanprijzen. Eerder, in 1786, publiceerde ze al hun Esther in vier boeken.

Het dichtwerk zelf volgt de verhaallijn van het bijbelboek, waarbij elk boek een hoofdstuk behandelt. De schrijfsters hebben zich goed in het verhaal ingeleefd. Zo wordt de dood van de man van Ruth, Machlon, omstandig en meeslepend beschreven.

Nog worstlen jeugd en kracht met Machlons vluchtig leven,
Hij slaat zijn stervend oog op zijn verbleekte gaê,
En smeekt den levens Vorst, nog stamlend, om genaê.
Zijn moeder blijft verstomt hem aan haar boezem klemmen,
Terwijl de hand des doods, zijn kokend bloed doet stremmen.
‘Ach! (zucht hij), dierbre Ruth! Voor de eeuwigheid bemind,
Ach! Dat Noömi staag een lieve dochter vind
In Machlons trouwe gaê! Nooit zalt gij haar begeven,
Dit speld mijn minnend hart, ô blijdschap van mijn leven!
Ach! Dat uw zachte hand haar hete tranen droog!…’
Zijn stem bezwijkt: doch, in zijn vriendlijk vleiend oog,
Leest nog zijn zielvriendin de kracht der reinste lievde,
Die haar aandoenlijk hart met wrede schichten griefde,
Daar zij, door smart ontroert, zijn bleke lippen kust,
Terwijl hij stervende in haar minzaame armen rust.
Nu zien wij ’t akligst lot al d’angts des doods verspreiden,
Drie tedre duivjes, van hun levensvreugd gescheiden,
Van alle hulp beroofd, in ’t jammer vol gewest,
Daar zorg en wanhoop zelf de flauwste hoop verpest.
De doffe lijkkreet galmt, door moegetreurde scharen,
Terwijl der maagdenrei thans, met ontvlochten haïren,
De bangste klachten slaakt. Hier gilt een fiere Bruid,
Op ’t pas gesloten grav, de naam haar lievlings uit.

Op deze wijze wordt het bijbelse verhaal flink aangevuld en uitgebreid. De eerstaangewezen losser, die in de bijbel zonder naam blijft, krijgt van de schrijfsters een identiteit. Als Boaz ’s nachts op de dorsvloer Ruth aanbiedt om haar te lossen, zegt hij:

Ach! Dat geen nieuw verdriet ons nadrend heil verpest!
De fiere Aminadap is ’t recht der lossing nader,
Als d’ oudste Broeder van uw’ dierbren Machlon’s Vader.

Bibliografische referenties

Petronella Moens en Adriana van Overstraten, Ruth in vier boeken. ’s-Gravenhage: J.C. Leeuwestyn, 1790 (exemplaar UB Leiden 1204 F 7).

Marleen de Vries, 'Dichten is zilver, zwijgen is goud. Vrouwen in letterkundige genootschappen, 1772-1800'. In: De Achttiende Eeuw 31 (1999), p. 187-213. Online raadpleegbaar in de dbnl.

Heeft betrekking op:

Ruth 1:5