Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Mozes

De eerste vijf bijbelboeken (de Pentateuch) worden traditioneel 'de boeken van Mozes' genoemd. Ze zijn te beschouwen als de geboortepapieren van het volk van Israël: ze vertellen hoe God zich verbindt aan dit ene volk, als voorbeeld voor de andere volken. Het eerste boek, Genesis, begint bij de schepping van hemel en aarde, en eindigt met de dood van Jozef, die direct onder de farao heerschappij voerde over Egypte. Het tweede boek, Exodus, sluit daar historisch onmiddellijk op aan: 'Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had' (Ex. 1:8). In de tijd dat deze farao de Israëlieten in zijn land met harde hand regeert, komt Mozes ter wereld. Het levensverhaal van Mozes wordt verteld in Exodus en Numeri. De boeken Leviticus en Deuteronomium worden gepresenteerd als toespraken van Mozes als (geestelijk) leider van het volk. Het vijfde boek, Deuteronomium, besluit met Mozes' dood (Deut. 34).

Mozes wordt geboren onder een ongunstig gesternte: de farao had juist bevel gegeven om alle Hebreeuwse jongetjes bij de geboorte te doden (Ex. 1:15-22). Mozes' ouders willen hun kind dit lot te besparen en leggen het in een mand van papyrus te vondeling tussen het riet langs de oever van de Nijl. Mozes wordt gevonden door de dochter van de farao, die hem adopteert en hem een opvoeding aan het Egyptische hof geeft (Ex. 2:1-10). In het vervolg van Ex. 2 wordt verteld hoe Mozes, volwassen geworden, zich het lot van de Hebreeërs aantrekt. Nadat hij een Egyptische opzichter heeft gedood, vlucht hij naar Midjan. Hij ontmoet daar zijn vrouw en krijgt twee zonen (Ex. 2:11-22).

Vanaf Ex. 2:23 wordt het roepingsverhaal van Mozes verteld: Mozes wordt door de HEER geroepen om zijn volk te bevrijden uit de slavernij en te leiden bij de uittocht uit Egypte. Als Mozes terugdeinst voor deze taak, krijgt hij zijn oudere broer AäronAäron als hulp en woordvoerder toegevoegd. Samen met Aäron gaat hij de confrontatie aan met de farao, en samen geven ze leiding aan het volk bij de uittocht en bij de tocht door de woestijn. Na de wonderbaarlijke doortocht door de Rietzee (Ex. 13:17-14:31) klinkt het beroemde overwinningslied van Mozes: 'Ik wil zingen voor de HEER, zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp hij in zee.' (Ex. 15).

Op weg naar het beloofde land ontwikkelt Mozes zich meer en meer tot vertrouweling van de HEER. De band tussen beiden is bijna persoonlijk, waardoor Mozes ook als tussenpersoon en middelaar tussen het volk en God kan optreden (zie bijv. Ex. 33-34): om Mozes' wil ziet de HEER af van vernietiging van het voortdurend opstandige volk. Op de Sinai verheft de HEER Mozes tot wetgever: hij openbaart hem al zijn wetten en geboden (vanaf Ex. 19).

Het leiderschap valt Mozes zwaar. Meer dan eens wordt zijn gezag door het volk betwist. Als het Mozes letterlijk te veel wordt (Num. 11:10-15), stelt de HEER een raad van zeventig oudstenDe raad van oudsten in die hem terzijde kan staan. Bij één van de confrontaties met het volk gaan zowel Mozes als Aäron onderuit (Num. 20:1-13); de HEER bestraft hun optreden met de intrekking van de belofte dat ze het land Kanaän zullen binnengaan.

In de slothoofdstukken van Deuteronomium wordt eerst Mozes' opvolging geregeld (hoofdstuk 31): Jozua zal het volk aanvoeren bij het binnentrekken van Kanaän. Dan volgen het lied van Mozes (Deut. 32) en de zegenwoorden die hij gesproken heeft vóór zijn sterven (Deut. 33). Het laatste hoofdstuk vermeldt Mozes' dood, en geeft als bijzonderheid dat de HEER zelf hem begraven heeft op een onbekende plaats.

De joden zien Mozes als profeet en als grondlegger van de eenheid van de twaalf stammen van Israël. Zijn leiderschap had messiaanse trekken: bevrijder van de onderdrukten, middelaar tussen God en mensen. Voor christenen vertegenwoordigt Mozes enerzijds de Wet, die in Christus vervuld is (zie bijv. Joh. 1:17 en 2 Kor. 3:6-18), anderzijds wordt hij beschouwd als voorbeeldige 'geloofsheld' (Hebr. 11:23-29). In velerlei opzicht geldt hij als 'type' van Jezus; al in de brieven van Paulus worden aspecten van Mozes' optreden typologisch geduid (zie bijv. 1 Kor. 10:3-4 en 2 Kor. 3:12-15). In de Brief van Judas ten slotte wordt verwezen naar het gevecht tussen de aartsengel Michaël en de duivel om het lichaam van Mozes (vs. 9).

Heeft betrekking op:

Leviticus 1:1, Wijsheid van Jezus Sirach 45:1, Exodus 2:10, Handelingen 7:20, 2 Korintiërs 3:7, Hebreeën 11:23, Judas 1:9