Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Mozes in de koran

In soera 7:103-126 van de koran is de weerslag van het verhaal van Mozes (Moesa), Aäron (Haroen) en de magiërs te vinden, evenals in soera 20:57-76 en soera 26:29-51. In deze drie fragmenten komen de verschillende magische gebeurtenissen uit Exodus 4:1-9 en 7:8-8:15 min of meer concreet en beeldend uit de verf. De magiërs bekeren zich aan het eind bovendien tot God.

Ook de tekst in soera 10:75-82 gaat over Mozes en de magiërs van Farao (Fir‘aun), maar is anders van karakter dan de andere drie. Deze korte tekst biedt een samenvattend overzicht van al hetgeen in Exodus 4 en 7-8 gebeurt, en licht vooral het waardeoordeel uit. Het beeldende, het concrete is hier naar de achtergrond geraakt.

75 Toen zonden Wij na hen Moesa en Haroen met Onze tekenen naar Fir‘aun en zijn raad van voornaamsten, maar zij waren hoogmoedige en misdadige mensen. 76 Toen dan de waarheid van Ons tot hen kwam zeiden zij: “Dit is duidelijk toverij.” 77 Moesa zei: “Zeggen jullie [dat] tegen de waarheid wanneer die tot jullie komt? Is dit toverij? Tovenaars zal het niet welgaan.” 78 Zij zeiden: “Ben jij tot ons gekomen om ons daarvan af te brengen waarvan wij gemerkt hebben dat onze vaderen eraan gewoon waren en opdat de hoogste macht in het land voor jullie beiden zal zijn? Maar wij hechten aan jullie geen geloof.” 79 En Fir‘aun zei: “Breng mij elke kundige tovenaar.” 80 En toen de tovenaars kwamen zei Moesa tot hen: “Werpt wat jullie te werpen hebt.” 81 En toen zij geworpen hadden zei Moesa: “Wat jullie vertoond hebben is toverij! God zal het teniet doen. God geeft geen goede afloop aan het werk van de verderfbrengers.” 82 God bevestigt de waarheid met Zijn woorden ook al staat het de boosdoeners tegen.

Zie ook

  • Toon Rode draad Bijbel en koran

Heeft betrekking op:

Exodus 4:1-9, Exodus 7:8-8:15