Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Multatuli – Ideën

Het oordeel over de literatuur die de Romantiek in Nederland heeft voortgebracht, zeker in internationaal perspectief, is doorgaans ongunstig. Deze lage waardering is waarschijnlijk een erfenis van de Tachtigers, die genadeloos kritiek leverden op het werk van de vorige generatie. Hoe men hier verder ook over denkt, twee vertegenwoordigers van de Nederlandse Romantiek waren Romantici van Europees formaat: Bilderdijk en Multatuli.

Multatuli zou ongetwijfeld geprotesteerd hebben tegen zo'n gelijkschakeling met zijn oude vakbroeder. In zijn vijfde bundel Ideën had hij immers korte metten gemaakt met deze collega. Hij koos Bilderdijks treurspel Floris de Vijfde uit 1808 als lijdend voorwerp van een vlijmscherpe analyse in ongeveer 120 bladzijden. Een terloopse opmerking over komedies in Idee 1051c blijkt het vertrekpunt van een vakkundige ontmaskering van de 'Prins der dichters'. Multatuli zet, onder gebruikmaking van de lessen van meester Pennewip en de onschuld van Woutertje Pieterse, al zijn tanden erin en laat pas los als hij helemaal klaar is, in Idee 1058c.

- En wat heeft uwe daar dan voor 'n boekje? vroeg juffrouw Pieterse.
- Het is een voortbrengsel, of anders gezegd: een werk van een onzer eerste vaderlandsche dichters, sprak Pennewip met plechtigheid, jazelfs... ik zou durven zeggen van den eersten of... den voornaamsten, ook wel de Vorst der nederlandsche dichteren genoemd. Hy is 'n man, juffrouw, die in godzaligheid voor niemand behoeft uit den weg te gaan. In den vollen zin des woords zou ik hem durven rangschikken onder de Belyders. Dit boek, juffrouw, bevat eene komedie, en wel van de soort die wy gewoon zyn treurspelen te noemen... omdat er iemand in sterft.

Multatuli pakt de genoemde ‘komedie waarin driemaal gestorven wordt’, Floris de Vijfde dus, grondig aan. Hij had al jaren het 'voornemen 'n analytische schets te leveren van de Nederlandsche Letterkunde in de eerste helft der 19e eeuw, en 'n betoog van den verderfelyken invloed dien ze op het volkskarakter heeft uitgeoefend', en Bilderdijks stuk is in dit verband zeer geschikt. Bladzij na bladzij werkt Multatuli, vaak sarcastisch en venijnig, maar altijd geestig, zijn conclusies uit:

De taal is slecht.
De versificatie is slecht.
De historische voorstelling is slecht.
De ontwikkeling der karakters is slecht.
De knoop is slecht.
De ontknooping is slecht.
De strekking is... infaam.

Waarom wordt nu juist Bilderdijk zo hard aangepakt? Multatuli geeft het antwoord in Idee 1053b:

Koning Achab had Elia verweten dat-i Israël 'beroerde.' De profeet wees die beschuldiging van zich af, en beweerde dat de koning-zelf oorzaak was van de moeielykheden waarin 't volk verkeerde. Achab 'had de geboden des Heeren verlaten, en de Baäls nagevolgd.'
Elia vergiste zich. Baäl, Bel, beduidt zoo goed 'Heer' als de benamingen waarmee hyzelf gewoon was 't Opperwezen aanteduiden. De twist had er dus iets van, alsof men 'n franschman uitmaakte voor 'n afgodendienaar, omdat-i God aansprak met den naam van Dieu. En wat het meervoud van die Baäls aangaat, Achab had zich met grond kunnen beroepen op de even meervoudige, en zeer schriftuurlyke: Elohim uit Genesis. In theologie en taalkunde schynen die beide voorgangers van Israël, zoo ongeveer op één hoogte te hebben gestaan. Maar in de praktyk gaf de klerikale woordvoerder doorslaande bewyzen van grooter behendigheid. Hy noodigde Achab uit: 'het gansche Israël te doen by-eenkomen op den berg Karmel, en de vierhonderd en vyftig profeten van Baäl, en de vierhonderd profeten van het bosch, die van de tafel van Jezebel eten.' Achab deed alzoo.

Dan volgt, onverkort, de tekst van 1 Koningen 18:21-40. Bij vers 40 noteert Multatuli:

En Elia zeide tot hen: grijpt de profeten van Baäl, en dat niemand van hen ontkome...

Ik bewaar vierhonderd negen en veertig man voor 'n latere gelegenheid, en vergenoeg me voor 't oogenblik met het aanwyzen van Bilderdyk. Hy is tot belhamel gekozen, en moet de lasten dragen van de bate zyner beroemdheid.

...en zy grepen ze...

Wat 'n dociel auditorium! 't Is om jaloers te worden op den redenaar.

...en Elia voerde hen af naar de beek Kison...

Ik heb 'Floris de Vyfde' afgevoerd naar m'n schryftafel.

...en slachtte hen aldaar.

Iets dergelyks wil ook ik beproeven. (...) Ik voer Bilderdyk naar de 'beek Kison' omdat ik dit voor m'n plicht houd omtrent het door hem en de zynen bedrogen volk.

Nadat hij in Idee 1054a een heerlijke parodie op Floris de Vijfde heeft geleverd, zet Multatuli de slacht voort. 'De taak is vervelend, maar de goede Elias had ook wel afterekenen met 'n gansche schare. Laat ons taaiheid putten uit zyn verheven schriftuurlyk voorbeeld.' En, na opnieuw twaalf bladzijden vernietigende kritiek: 'Ik moet m'n taak afwerken, ten einde toe. Ik ben zoo omstreeks aan nummer vierhonderd en twintig. Er staan nog maar 'n paar dozyn profeetjes te wachten. Geslacht worden zùllen ze... 't Is m'n Plicht!'

Als de vakkundige slachting bijna voltooid is, schrijft Multatuli:

Vindt ge my ruw, lezer? Goddank dan! Op harden knoest, 'n scherpe byl! De Baäls-profeten uit I Koningen 18 zullen waarschynlyk den ouden Elias ook niet beschuldigd hebben van zachtzinnigheid. Goddank, nog-eens! En gy, lezer, dank ook gy uwen God, dat er eens eindelyk iemand opstond, die den moed had...
Hoe staat er ook?

'En hy voerde hen af naar de beek Kison, en hy slachtte ze aldaar.'

Ik deed wat ik kon. Maar m'n taak is niet afgeloopen. Er wandelen nog altyd veel profeten rond, die gespysd werden - en worden! - van Jezebels tafel, en die 't in spekulatie op valsche deugd verder brachten dan Bilderdyk. (...)
Er is nog altyd ruim plaats by de beek Kison, voor valsche profeten zoowel, als voor de drekgodenDrekgoden die ze in leven houden om... in 't leven te blyven.

Bibliografische referenties

Multatuli, Ideën, vyfde bundel. Amsterdam, 1877 (2e herz. druk). [De volledige tekst is te vinden in de DBNL.]

Heeft betrekking op:

1 Koningen 18:16-40