Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Nazireeërs

Een Nazireeër is iemand die zich met een gelofte voor een bepaalde tijd aan God wijdt (het woord ‘nazir’ betekent ‘gewijde’). Zowel mannen als vrouwen konden deze gelofte afleggen.

Numeri 6:1-21 beschrijft wat de gelofte van de Nazireeërs inhoudt. Allereerst moeten ze zich verre houden van wijn en andere alcoholische dranken. Zelfs druivensap is taboe en ook de pitjes en de velletjes van druiven mogen ze niet eten. Verder mag een scheermes hun hoofd niet aanraken en mogen de gewijden aan de levende God niet in contact komen met overledenen. Zelfs als hun vader, moeder of een ander familielid gestorven is, mogen ze niet in de buurt komen en het risico lopen zich te verontreinigen. Als iemand plotseling komt te overlijden in het bijzijn van de Nazireeër, wordt de gelofte teniet gedaan. Hij moet zich dan reinigen, zijn hoofdhaar afscheren, een offer brengen en opnieuw beginnen.

Uit het boek Numeri blijkt dat het een persoonlijke keuze is om de belofte van de Nazireeërs af te leggen. Dit is echter niet het geval bij de twee beroemdste Nazireeërs uit de bijbel. De rechter Simson wordt al als ongeboren baby als Nazireeër gewijd en zijn moeder mag dan ook geen wijn drinken tijdens de zwangerschap (Re. 13:4-14). Samuëls moeder belooft haar kind te zullen wijden als Nazireeër, als ze zwanger wordt (1 Sam. 1:11). De profeet Amos ziet Nazireeërs als gezonden door God (Am. 2:11).

Het hoofdhaar van de Nazireeër is heilig. Gods kracht schuilt erin, zoals blijkt uit het verhaal van Simson. Hij zegt dat hij zwak wordt zoals ieder mens, als zijn haren worden afgeschoren (Re. 16:17). Na het verstrijken van de gelofteperiode wordt het haar verbrand om verontreiniging ervan te voorkomen.

De gelofte van de Nazireeërs werd, zoals blijkt uit het boek Handelingen, ook in nieuwtestamentische tijden nog afgelegd. Paulus zelf heeft de gelofte afgelegd (18:18) en in Handelingen 21:20-26 wordt de apostel aangespoord tot het betalen van de kosten van de gelofte. Die kosten hangen samen met het offerritueel dat de wijdingsperiode van de Nazireeër afsluit. Volgens Numeri 6:13-20 moet de Nazireeër uiteindelijk zijn haar afscheren en verbranden en een offer brengen. Het werd als goed en vroom beschouwd om voor anderen dit offer te betalen.

Heeft betrekking op:

Numeri 6:1-21, Rechters 13:4-14, 1 Makkabeeën 3:49, 1 Samuël 1:11, Amos 2:11, Handelingen 18:18, Handelingen 21:23-24