Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Nescio - De X Geboden (van de god Carrière)

De tien geboden lenen zich gemakkelijk voor een pastiche. In de nalatenschap van Nescio (1882-1961), die vooral bekend werd met zijn debuut Dichtertje/De UitvreterNescio - De uitvreter/Titaantjes en Mene Tekel Nescio – Mene tekel, werd zo'n karikaturale omwerking gevonden: 'de X Geboden van de god Carrière'.

Het stukje, dat Nescio zelf blijkbaar geen publicatie waard had gevonden, verscheen pas in 1971, maar dateert waarschijnlijk al uit de tijd van zijn debuut (1918). Het laat zich lezen als een aanklacht tegen de kapitalistische maatschappij. Ironisch genoeg klom ook Jan Hendrik Frederik Grönloh - de man die achter het pseudoniem Nescio schuilgaat - in de exportfirma waar hij in 1904 ging werken ten slotte op tot directeur. Daarmee past ook dit werkje in de lijn van zijn debuut, waarin hij een groepje jonge wereldhervormers en hemelbestormers beschrijft: "onpraktische idealisten en artistieke bohémiens, vrienden vol fantasie en zelfoverschatting, waartoe Grönloh eens behoorde en waaraan hij de dierbare herinnering niet verloochent" (Van Bork & Verkruijsse).

De X Geboden
Alzoo spreekt God tot U en zijn naam is Carrière.
1. Ik de Heer Uw God ben een aleenig God en mij zult gij dienen met geheel Uwe ziel en met geheel Uw lichaam en met geheel Uw willen en met al Uw weten en met al Uw werken.
2. Gij zult U geen valsche goden maken als eerlijkheid, trouw, geweten, schoonheid of waarheid want alzoo komt gij ten verderve en honger en ballingschap zullen Uw deel zijn. Want ìk ben machtig en mijne straffen zwaar.
3. Eert hen die boven U gesteld zijn en doe wat hun aangenaam is, opdat het U welga.
4. Ziet niet rechts en niet links maar vooruit want aan 't eind van den weg liggen de geldzakken die tot loon zijn voor hen die mij dienen in geest en waarheid.
5. Toon nooit dat U iets onaangenaam is, maar werk in stilte en verdraag alles totdat ge macht hebt verkregen. Want waardigheid is niets en geld is alles en een arme is een schooier en een rijke een heer en de wereld vraagt slechts naar centen.
6. Draagt nooit vuile boorden en kapotte jasjes en rookt geen steenen pijpjes. Want de wereld wil dat niet en de zaligheid ligt in de pandjesjas.
7. Eert het geld opdat gij geëerd worde wanneer ge geld zult bezitten voor den trouwen dienst aan mij, Uw aleenige God.
8. Leent nooit geld zonder rente, vraag nooit 5% als ge 5½ kunt bedingen, betaalt nooit f 1.- loon als ge 't met f 0.90 afkunt, wees eerlijk als 't moet, bedrieg als 't kan, hebt nooit medelijden, geef geen cent als ge er niet indirect 2 door terug kunt krijgen. Maar 't voorzitterschap van ‘Liefdadigheid’ geeft aanzien.
9. Bedenkt immer dat de fisieke kracht bij de massa is. Alzoo zult ge de massa in bedwang houden door fatsoen, door geloof, door politiekerij, door boekjes, scholen, dominees en kranten. En wie 't onderste uit de kan wil hebben krijgt 't deksel op z'n neus. Als ge zonder gevaar 1001 kunt bereiken wees dan niet tevreden met 1000 maar bereken 't gevaar met nauwkeurigheid.
10. Maar dit zeg ik U, laat nooit zien wat ge wilt noch wie gij zijt maar werk in stilte. Want in huichelen en knoeien ligt Uw heil en karakter is een frase.
Dit zijn mijn woorden, van mij Carrière, god door de eeuwen, die de wereld heb verpest en verkankerd door mijne almacht.
Amen.
 

Bibliografische referenties

Nescio, Verzameld werk, deel I, Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, G.A. van Oorschot, z.j., p. 290-291.

Zie ook het lemma Nescio in het repertorium van Van Bork & Verkruijsse, online beschikbaar in de dbnl.

Heeft betrekking op:

Exodus 20:1-17, Deuteronomium 5:6-21