Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Nescio – Mene tekel

Nescio, Latijn voor ‘ik weet niet’, is het pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh (1882-1961). Mene Tekel bestaat uit een handvol sfeerschetsen, geschreven tussen 1913 en 1943. Waarom Nescio er de titel Mene Tekel aan gaf, is niet op het eerste gezicht duidelijk. Of het moet zijn dat de schetsen doortrokken zijn van droefenis om de tijdelijkheid van het bestaan:

Wij waren zeer droevig om alle dingen die voorbijgegaan waren en om ons leven dat eindigen moest, als al deze dingen zouden doorgaan.

Met ‘wij’ zijn de vrienden Bavink, Bekker, Hoyer, Kees en Koekebakker (de ik-figuur) bedoeld. Kunstenaars zijn zij, schilders en dichters, idealisten. De lezer kende ze al: het zijn de ‘aardige jongens’ uit Nescio’s eerdere werk, De uitvreter Nescio - De uitvreter en Titaantjes, geschreven in 1909-1914, voor het eerst uitgegeven in 1918. Zij keren zich bewust af van het alledaagse leven. Dat lukt ze ook, buiten, in de natuur. Daar ontsnappen zij aan de tijdelijkheid en voelen zij zich even onsterfelijk:

Groot was God dien middag en goedertieren. Door onze oogen kwam Zijn wereld naar binnen en leefde in onze hoofden. En onze gedachten gingen woordeloos uit over de wereld, ver over den gezichtseinder gingen zij. En zoo vloeiden de wereld en wij beurtelings in elkaar over.

God openbaart zich hier in de natuur. De mensen hebben deel aan God door in de natuur op te gaan en die te beleven. Maar aan dit Godsbeeld kan geknaagd worden. Geleerden hebben de macht God en zijn natuur te ontluisteren door het bestuur over de wereld over te nemen:

Den heelen dag was Sam grappig. Hij had een geleerde gesproken, die aan ’t prakkizeeren was om met de bestuurbare aarde door 't heelal te zeilen, met de zon erachteraan, als een roeibootje achter een tjalk. Hij had God in de smiezen, gewogen en gemeten hatti ’m, heelemaal uitgerekend.

In handen van de wetenschap geldt het ‘Mene Tekel’ dus God zelf.
Maar ook de levensvreugde van de vrienden, hun openlijke afkeer van de gevestigde orde en hun idealen halen het uiteindelijk niet: ook die worden gewogen en te licht bevonden. De vrienden veranderen in brave vaders, echtgenoten en burgers. Koekebakker schrijft het allemaal op, als hij terugblikt naar hun jeugd, in Mene Tekel.

Bibliografische referenties

Nescio, De uitvreter. Titaantjes. Dichtertje. Mene Tekel. ’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar, 1986 (24e druk).

Heeft betrekking op:

Daniël 5:25