Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Nicolaas Beets - Elia

Nicolaas Beets dankt zijn plaats in de eredivisie van de Nederlandse literatuur eigenlijk uitsluitend aan zijn jeugdwerk Camera Obscura (1839), geschreven onder het pseudoniem Hildebrand. Daarvoor had hij als romantisch dichter ook al werk gepubliceerd. Kort na verschijning van de Camera werd Beets predikant, waardoor hij zich geen lichtzinnige letteren meer kon of wilde permitteren. Het werk dat hij als gevestigde dominee-dichter schreef, bezit naar het oordeel van velen geen literaire kwaliteiten meer.

In de eerste jaargangen van het literaire tijdschrift De Gids (vanaf 1837) De geest des tijdsheeft Beets een aantal gedichten over oudtestamentische personages gepubliceerd, onder de titel Oosterlingen. Het zestiende gedicht uit zijn Oosterlingen-reeks is gewijd aan het leven en - in de slotstrofe - 'sterven' van de profeet Elia. Overigens had ook het vijftiende gedicht Elia tot onderwerp, in de ontmoeting met zijn God (1 Kon. 19): 'Elia op Horeb'.

Elia

Profeet en Held! Mond Gods op aard!
Omgorde met des kemels vacht!
Wiens brood de schorre rave bracht,
Die Isrel sterker toevlucht waart
Dan wagenspan en ruitermacht!

O Ziener van des Heeren licht
Beschenen, door zijn geest gevoedt
Die koningen in arren moed,
Dorst dagen voor uw aangezicht,
En smoren d’ afgodsdienst in bloed!

Voor u vlamt ’s Heeren bliksemvuur,
Dat wie u tarten ’t hoofd verplet;
De regen ruischt op uw gebed;
En ’t water splijt zich als een muur,
Waar ge in ’t geloof de voeten zet.

Voor u geen duistre grafspelonk,
Geen scheiding tusschen lijf en ziel;
Maar ’s Heeren koets met rollend wiel,
Waaruit uw eer hem tegenblonk,
Op wien uw mantel nederviel.

Bibliografische referenties

Nicolaas Beets, 'Elia' in: Oosterlingen. [Alle Oosterlingen zijn te vinden op de site van het Laurens Jz Coster-project.]

Heeft betrekking op:

2 Koningen 2:12