Overzicht bijbelboeken

Over > Interpretatie

Noach in de koran

Soera 33:7 noemt Noach (in de koran: Noeh) als één van de profeten in de rij met Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed: 'En toen Wij met de profeten de overeenkomst aangingen en ook met jou en met Noeh, Ibrahiem, Moesa en ‘Isa, de zoon van Marjam - Wij zijn namelijk een solide overeenkomst met hen aangegaan - ...'

Soera 71 is geheel aan Noach gewijd, en draagt dan ook de titel Noeh. Deze soera staat achter in de koran en beslaat 28 verzen. Noach krijgt hier de gestalte van een profeet in gesprek met zijn God en zijn volk. In Genesis 6:5-9:28 heeft Noach nauwelijks een stem, behalve aan het eind, wanneer hij zijn kleinzoon Kanaän vervloekt. In soera 71 laat Mohammed Noach uitgebreid aan het woord:

1 Wij hebben Noeh naar zijn volk gezonden: “Waarschuw jouw volk voordat een pijnlijke bestraffing tot hen komt.” 2 Hij zei: “Mijn volk! Ik ben voor jullie een duidelijke waarschuwer 3 dat jullie God moeten dienen, Hem moeten vrezen en mij moeten gehoorzamen. 4 Dan zal Hij voor zonden van jullie vergeving schenken en jullie uitstel verlenen tot een vastgestelde termijn. Maar Gods termijn wordt niet uitgesteld wanneer hij komt, als jullie dat maar wisten.” 5 Hij zei: “Mijn Heer, ik heb mijn volk nacht en dag opgeroepen, 6 maar mijn oproep heeft hen alleen maar meer laten vluchten. 7 En telkens als ik hen opriep, opdat U hun zou vergeven, stopten zij hun vingers in hun oren, bedekten zich met hun kleren en bleven stijfkoppig en hoogmoedig. 8 Toen riep ik hen in het openbaar op. 9 Toen sprak ik openlijk en in het diepste geheim met hen. 10 En ik zei: ‘Vraagt jullie Heer om vergeving; Hij is vergevend. 11 Hij zal dan de hemel in overvloed over jullie laten regenen, 12 jullie met bezittingen en zonen versterken, tuinen voor jullie maken en rivieren voor jullie maken. 13 Wat is er met jullie dat jullie van God geen waardigheid verwachten? 14 Hij heeft jullie toch in fasen geschapen. 15 Zien jullie dan niet hoe God zeven hemelen in lagen geschapen heeft? 16 En dat Hij daarin de maan tot een licht heeft gemaakt en dat Hij de zon tot een heldere lamp heeft gemaakt? 17 God heeft jullie toch uit de aarde laten ontstaan. 18 Daarna zal Hij jullie in haar terug laten keren en jullie dan opnieuw te voorschijn brengen. 19 En God heeft de aarde voor jullie tot een uitgelegd tapijt gemaakt, 20 opdat jullie er wegen en passen begaan kunnen.’” 21 Noeh zei: “Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, maar zij volgen iemand wiens bezit en kinderen hem alleen maar meer verlies laten lijden. 22 En zij hebben grote listen beraamd 23 en zij zeiden: ‘Verlaat jullie goden niet. Verlaat Wadd niet, noch Soewaa‘, noch Jaghoeth, Ja‘oek en Nasr.’ 24 En zij hebben velen tot dwaling gebracht. Laat dan de onrechtplegers alleen maar meer dwalen.” 25 Vanwege hun zonden werden zij verdronken en toen een vuur binnengebracht en zij vonden buiten God om voor zich geen helpers. 26 En Noeh zei: “Mijn Heer, laat niet een van de ongelovigen op de aarde blijven wonen. 27 Immers, als U hen laat zullen zij Uw dienaren tot dwaling brengen en alleen maar overtreders en ondankbaren voortbrengen. 28 Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en wie mijn huis als gelovige binnenkomen, en de gelovige mannen en vrouwen. En laat de ongelovigen alleen maar meer vernietigd worden.”

Mohammed beeldt Noach hier af als waarschuwer van zijn volk. Mohammed zelf speelt in zijn koran precies eenzelfde rol, ook hij is een waarschuwer en een profeet. Hij voert Noach dus op als een historische parallel van hemzelf, Mohammed, en daardoor wint zijn eigen tekst aan overtuigingskracht.
Er zijn veel passages in de koran die Noach in beeld brengen als waarschuwer en profeet, bijvoorbeeld soera 7:59-64:

59 Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden en hij zei: “Mijn volk! Dient God; jullie hebben geen andere god dan Hem. Ik vrees voor jullie de bestraffing op een geweldige dag.” 60 De voornaamsten van zijn volk zeiden: “Wij zien dat jij in duidelijke dwaling verkeert.” 61 Hij zei: “Mijn volk! Er is in mij geen dwaling, maar ik ben een gezant van de Heer van de wereldbewoners. 62 Ik verkondig jullie de zendingsopdrachten van mijn Heer en ik geef jullie goede raad en van God weet ik wat jullie niet weten. 63 Of zijn jullie verbaasd dat er tot een man uit jullie midden een vermaning van jullie Heer komt opdat hij jullie waarschuwt en opdat jullie godvrezend worden; misschien zal aan jullie barmhartigheid bewezen worden.” 64 Maar zij betichtten hem van leugens. Toen redden Wij hem en hen die met hem waren in het schip en lieten Wij hen die Onze tekenen loochenden verdrinken; zij waren een blind volk.

In Genesis 9:18-28 staat het verhaal van Noachs jongste zoon Cham. Cham ziet Noach naakt en dronken in zijn tent liggen. Daarom vervloekt Noach Kanaän, de zoon van Cham, zijn eigen kleinzoon dus. Ook in de koran, in soera 11:42-43, komt een van Noachs zonen er niet zo gunstig vanaf. Maar het gaat er wel iets anders aan toe:

42 En het [schip] voer met hen weg door golven als bergen en Noeh riep naar zijn zoon die apart stond: “Mijn zoon! Kom met ons aan boord en wees niet een van de ongelovigen.” 43 Hij zei: “Ik zal wel een onderkomen op een berg vinden die mij tegen het water zal beschermen.” Hij zei: “Tegen Gods beschikking is er vandaag geen beschermer behalve voor hen met wie Hij erbarmen heeft.” En de golven kwamen tussen hen beiden in en zo werd hij een van de verdronkenen.

Zie verder over Noach in de koran: soera 10:71-73, 11:25-48, 21:76-77, 23:23-29, 26:105-120, 29:14-15, 37:75-82, 54:9-15 en 57:26.

Zie ook

  • Toon Rode draad Bijbel en koran

Heeft betrekking op:

Genesis 6:5-9:28