Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

O Kersnacht, schooner dan de dagen

Dit is een lied afkomstig uit Vondels beroemde treurspel Gysbreght van Aemstel (1637). Niet alleen in Vondels eigen tijd, maar tot ruim drie eeuwen na de eerste opvoering was dit een ongelooflijk populair toneelstuk. Tussen 1638 en 1968 is de Gysbreght bijna ieder jaar (!) rond de jaarwisseling in de Amsterdamse schouwburg opgevoerd. Vanaf 1841 gebeurde dit altijd op nieuwjaarsdag. Veel mensen zijn met het verhaal en de woordenschat van de Gysbreght opgegroeid en vertrouwd geraakt.

Het lied O Kersnacht, schooner dan de dagen wordt aan het eind van het derde bedrijf gezongen door de Rei van Klarissen, een groep katholieke nonnen. In het stuk, dat in 1304 speelt, komt op kerstavond – een moment waarop niemand het verwacht – de vijand ongezien de stad binnen en wordt Amsterdam veroverd. De nonnen in het Klarissenklooster zingen een droevig kerstlied over de kindermoord zoals die wordt beschreven in Matteüs 2:16. Koning Herodes is blind en doof voor de kerstboodschap; in plaats van ontzag te hebben voor de pasgeboren messias, zoals de drie magiërs uit het Oosten, geeft hij opdracht alle ‘onnoosle zielen’, onschuldige kinderen, te doden:

O Kersnacht, schooner dan de daegen,
Hoe kan Herodes 't licht verdraegen,
Dat in uw duisternisse blinckt,
En word geviert en aengebeden?
Zijn hoogmoed luistert na geen reden,
Hoe schel die in zijn ooren klinckt.
 
Hy pooght d'onnoosle te vernielen,
Door 't moorden van onnoosle zielen,
En weckt een stad en landgeschrey,
In Bethlehem en op den acker,
En maeckt den geest van Rachel wacker.
Die waeren gaet door beemd en wey.

Door de Rei wordt gerefereerd aan de plaats waar Rachel, de vrouw van aartsvader Jakob, begraven ligt: vlakbij Bethlehem (Gen. 35:16-17). Door het luide verdriet van de moeders en het gekerm van de kinderen wordt haar geest gewekt en begint die onrustig langs de wegen en de velden te zwerven. Zij moet aanzien hoe haar nageslacht – ze was immers samen met Jakob stamouder van het Israëlitische volk – door de wrede koning Herodes wordt afgeslacht (Matteüs 2:17-18, Jeremia 31:15).

Dan na het westen, dan na'et oosten.
Wie zal die droeve moeder troosten,
Nu zy haer lieve kinders derft?
Nu zy die ziet in 't bloed versmooren,
Aleerze naulix zijn geboren,
En zoo veel zwaerden rood geverft? (…)

Als troost vertelt de laatste strofe van het lied dat Rachels geest kan stoppen met ronddwalen. Dat deze kinderen vermoord werden, zal door God ten goede worden aangewend. De kerkvader Tertullianus heeft ooit gezegd dat het bloed der martelaren het zaad der kerk is, en daar verwijst het slot van het lied naar. Dat idee moet het leed draaglijk maken.

Bedruckte Rachel, schort dit waeren:
Uw kinders sterven martelaeren,
En eerstelingen van het zaed,
Dat uit uw bloed begint te groeien.
En heerlijck tot Gods eer zal bloeien,
En door geen wreedheid en vergaet.

De muziek voor deze rei is vermoedelijk speciaal voor de Gysbreght door de componist Cornelis Tymanszoon Padbrué gemaakt. In de zeventiende eeuw werd deze melodie heel bekend en veelgebruikt. Ook boven veel andere liederen stond vaak als wijsaanduiding ‘op de wijze van O Kersnacht’.

Heeft betrekking op:

Genesis 35:16-17, Jeremia 31:15, Matteüs 2:16-18