Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Offers

Verschillende situaties vragen om verschillende offers, en vaak ook om verschillende combinaties van offers. Het boek Leviticus steekt van wal met voorschriften met betrekking tot de offerdienst. Hieronder worden achtereenvolgens de belangrijkste typen offers behandeld.

Brandoffer
Het brandoffer (Lev. 1:1-17) is als geheel bestemd als gave voor God: het dier wordt helemaal op het altaar verbrand. Dit is een belangrijk verschil met andere soorten offers – bijvoorbeeld het vredeoffer – waarbij maar een gedeelte van het geofferde dier in vlammen op gaat. Voordat het dier gevild en in stukken gesneden wordt, legt degene die het offer wil brengen zijn hand op de kop van het offerdier, opdat zijn offer door God zal ‘worden aanvaard als verzoening’ (Lev. 1:4). Het offerdier moet van het mannelijk geslacht zijn en zonder gebreken. Alleen gedomesticeerde dieren kunnen dienen als brandoffer. In de bijbel worden bij veel verschillende gelegenheden brandoffers gebracht: bijvoorbeeld als dankoffer (Ex. 18:12), als boetedoening voor zonden (Job 1:5), om een gelofte te volbrengen (Lev. 22:18; Re. 11:31) en bij de priesterheiliging (Ex. 29).

Graanoffer
Een graanoffer (in andere vertalingen ook wel ‘spijsoffer’ genoemd) kan op zichzelf worden gebracht, maar ook naast een brandoffer of – door de arme Israëlieten die geen offerdier kunnen betalen – in plaats van een brandoffer (Lev. 5:7, 11). Als het graanoffer wordt aangeboden in onbereide vorm, wordt het vermengd met olijfolie en wierook en op het altaar verbrand (Lev. 2:1-3). Omdat wierook een kostbare specerij is, die natuurlijk niet iedere Israëliet zich kan veroorloven, bestaat er ook het alternatief een ‘brood’ aan te bieden als graanoffer. Het is dan wel belangrijk dat dat op de voorgeschreven manier in de oven is gebakken (Lev. 2:4-7). Een deel van het graanoffer wordt op het altaar verbrand, de rest is voor de priesters.

Vredeoffer
Net als het geval is bij een brandoffer, moet het offerdier dat als vredeoffer geofferd wordt van het mannelijk geslacht en zonder gebreken zijn. Ook hier wordt het ritueel van de handoplegging uitgevoerd. Het verschil is dat bij een vredeoffer alleen het bloed en het vet verbrand worden voor God. De rest van het dier is voor de priester die het offerritueel voltrokken heeft (de rechterachterbout), voor de priesters in het algemeen (het borststuk) en voor degene die het dier als offer heeft aangeboden (wat daarna nog overblijft). Het vredeoffer kan gebracht worden als dankbetuiging (Lev. 7:12-14), bij het afkopen van een gelofte aan de HEER (Lev. 27), of zonder speciale gelegenheid, uit vrije wil.

Reinigingsoffer
Het reinigingsoffer (Lev. 4:1-5:13; Num. 15:22-31), soms ook ‘zondoffer’ genoemd, is een van de belangrijkste offers in de bijbel. Een reinigingsoffer wordt niet gebracht ter vergeving van zonden maar om het heiligdom van God te reinigen. Dat kon namelijk door onreinheidRein en onrein en door zonde ‘verontreinigd’ worden. Het was van het grootste belang de tempel, het huis van de HEER, en het altaar ‘rein’ te houden. In alle gevallen van verontreiniging moet een reinigingsoffer gebracht worden; zowel bij ‘niet te voorkomen’ verontreiniging, zoals bijvoorbeeld de geboorte van een kind (Lev. 12), als bij verontreiniging door een zonde die willens en wetens begaan is.

Hersteloffer
Als een Israëliet ‘heiligschennis pleegt door zich onbewust te vergrijpen aan wat de HEER toebehoort’ (5:14-15), of anderszins zondigt zonder het te weten (5:17) moet hij een ram offeren als hersteloffer (in andere vertalingen ‘zoenoffer’ genoemd). Ook als iemand zich het bezit van een ander op onrechtmatige wijze toe-eigent (door afpersing, weigering om geleende spullen terug te geven, diefstal et cetera), is een hersteloffer vereist. Daarnaast moet ook een geldelijke genoegdoening voldaan worden als het hersteloffer wordt voltrokken.

Heeft betrekking op:

Leviticus 1:1, Ezechiël 20:40, Ezechiël 36:38, Ezechiël 40:39, Ezechiël 42:13, Ezechiël 43:27, Ezechiël 46:15, 1 Kronieken 16:40, 1 Kronieken 23:13, Psalm 100:1, Leviticus 2:1, Leviticus 3:1, Leviticus 4:3, Leviticus 5:15, Numeri 5:15, Numeri 15:3, Numeri 28:2, 1 Koningen 8:5, 1 Koningen 3:2, 1 Koningen 8:64, 1 Koningen 9:25, Baruch 1:10, 2 Koningen 16:13, Jeremia 6:20, Jeremia 14:12, Jeremia 33:18, Wijsheid van Jezus Sirach 7:31, Wijsheid van Jezus Sirach 35:1-4, Wijsheid van Jezus Sirach 45:16, Nehemia 10:34, Nehemia 12:43