Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Beeldende kunst

Os en ezel

Onbekend
Os en ezel

Wij kunnen ons een kerststal of een afbeelding van het kerstverhaal niet voorstellen zonder de os en de ezel dicht in de buurt van het pasgeboren kind. Toch wordt in de evangeliën van Lucas en Matteüs met geen woord van deze dieren gerept. Wel worden ze elders in de bijbel genoemd, in een heel andere context. Het bijbelboek Jesaja (1:3) vertelt hoe God zich beklaagt over het volk van Israël, dat zich van hem had afgekeerd. Gods klacht luidt dat een rund zijn meester kent en een ezel zijn voederbak, maar dat zijn eigen volk elk inzicht en begrip mist.

Het was de Griekse kerkvader Origenes die omstreeks 220 deze tekst in verband bracht met het kerstverhaal. In zijn interpretatie symboliseert de os, van oudsher als rein beschouwd, de joden en de ezel, het onreine dier, de heidenen. Voor beide groepen zou Gods zoon mens geworden zijn, een uitleg die door latere kerkvaders werd overgenomen en verder uitgewerkt.

Er kan echter nog een ander verband worden gezien tussen de tekst van Jesaja en het kerstverhaal. De afvalligheid van het volk van Israël kan ook begrepen worden als het niet erkennen door de joden van Jezus als de Messias. De aanwezigheid van de os en de ezel bij het Christuskind zou dan als een waarschuwing tegen deze misvatting, althans in de ogen van christenen, gezien moeten worden.

Ook zijn, in apocriefe teksten en legenden, de beide dieren wel uitgelegd als bezit van Jozef, meegenomen op de reis naar Betlehem. In de stal hielden ze dan het kindje, waar ze in aanbidding voor knielden, met hun adem warm. Bovendien kwam de ezel later goed van pas bij de vlucht naar Egypte (Matt. 2:13-15), waar hij overigens evenmin in de bijbeltekst wordt vermeld. Zelfs zou het zo kunnen zijn dat de dieren door kunstenaars louter zijn gebruikt om de voorstelling te verlevendigen. Ze misstaan immers niet in de nabijheid van een voederbak en geven het tafereel een huiselijk aanzien.

Heeft betrekking op:

Matteüs 2:9-11, Lucas 2:6-20, Jesaja 1:3