Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

P. F. Thomése – Schaduwkind

Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?

Na de dood van zijn pasgeboren dochtertje Isa vindt P. F. Thomése zichzelf terug in doodstille kamers, tussen onervaren woorden die hij nog moet leren schrijven. In de ontroerende kleine roman Schaduwkind (2003) raakt de lezer heel nauw bij dat proces betrokken. Thomése wisselt passages van ontreddering, diepe rouw en sprakeloosheid af met stukjes over het geluk van het prille vaderschap. De aangrijpende rouwklacht vindt een echo in het loflied op het kleine meisje en de liefde die haar had voortgebracht.

Schaduwkind biedt 'tevens - en dat zeer onnadrukkelijk - een fragmentarisch essay over de wisselwerking tussen de ervaring en de taal' (Maarten Asscher). Het zoeken naar woorden, de verwoording van een onbeschrijflijke menselijke ervaring, het opnieuw bepalen van betekenissen in een leven dat tot chaos geworden is, het vastleggen van wat vervliegt - immers: 'Als ze ergens nog is, dan in de taal.'

Thomése zoekt zijn woorden ook in de bijbel. Het vierde hoofdstuk heet 'Hooglied':

Haar geboorte ervoeren wij als verliefdheid, alles raakte geladen, betoverd door het wonder van haar aanwezigheid. De wereld, waarin ik zo lang richtingloos was omgegaan, kende ineens een stralend middelpunt. (...) 'Gelijk een lelie onder de doornen,' zeg ik na wat in mijn borst gezongen werd, 'zo is zij onder de dochteren. Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, versterkt mij met de appelen, want ik ben krank van liefde.'

Thomése citeert hier Hooglied 2:2 en 5. Het volgende hoofdstukje begint met een paar vragen: 'Verdwijnt verliefdheid als de persoon verdwijnt? Waar gaat de verliefdheid heen als het dode lichaam tot as is verbrand? Ze vlucht in gelijkenissen.' Waarna een aantal 'gelijkenissen', vergelijkingen volgen die ontleend zijn aan Hooglied 7:4-5. De vergelijking met de lelie (Hooglied 2:1-2) keert nog terug in het hoofdstukje 'Salomonszegel' (dit is de naam van een lelie die in de schaduw groeit):

Als er nog iets is, dan houdt het zich op in de schaduw, op plekken waar het licht (en dus het oog) net niet kan komen.
Geen hemel, maar aarde. Geen engeltje, maar een schaduwkind. Een lelie onder de bloemen.

Bibliografische referenties

P. F. Thomése, Schaduwkind. Amsterdam: Contact, 2003.

Maarten Asscher, 'Uit de duisternis van verdriet'. In: Vrij Nederland, 20-09-2003.

Heeft betrekking op:

Hooglied 2:2