Overzicht bijbelboeken

Letteren > Proza

Paul Claes - De Zoon van de Panter

De Vlaamse auteur Paul Claes presenteert in deze roman uit 1996 het 'recent ontdekte' Evangelie van de Twaalf. In de proloog is Paulus de Anachoreet aan het woord, die een afschrift van dit apocriefe evangelie in een grot nabij Nag Hammadi begraaft. In de 12 hoofdstukken van dit boek creëren twaalf discipelen gezamenlijk een waarheid rondom de verlosser.

In de proloog, getiteld 'Het woord', worden bekende vragen en antwoorden aan de orde gesteld (p. 139):

In het begin schiepen de goden hemel en aarde. De Schrift begint met een dwaling. Er is maar één God. (...)
Alle dagen van mijn leven heb ik in de Schrift gelezen. Over elk woord heb ik nagedacht en elk woord werd een vraag. Ik las de verklaringen van de Schrift en mijn verwarring werd nog groter. Vanuit het duister van mijn grot heb ik God gebeden mijn geest te verlichten. Hij, die het Licht zelf is, wees mij de weg naar de nieuwe Wijsheid.
De nieuwe Wijsheid vervangt de oude niet, maar herschrijft haar. Ze begint het scheppingsverhaal aldus: In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan. Het was dus niet God die de wereld schiep, maar het Woord dat zei: Er zij.
Deze Wijsheid is nog moeilijker te bevatten dan de oude. Hoe kan het Woord tegelijk God en bij God zijn? is God misschien in zichzelf verdeeld? is hij tegelijk Spreker en Gesprokene, Stem en Woord? als alles door het Woord is ontstaan, is hij dan door datzelfde Woord ontstaan? hoe kan God zijn Woord zijn en toch één blijven? Over al deze vragen heb ik lang nagedacht en mijn verwarring werd wanhoop. Ten slotte besefte ik dat deze vertwijfeling ons beeld is van God.
Wie is God? God is de Ene. Zolang God bij zichzelf is, kent hij geen verschil. Hij is die is: het Beeld dat zichzelf weerspiegelt, het Woord dat naar zichzelf verwijst. Daarom is zijn naam zijn wezen.
(...)

In het hoofdstuk De meester ('Het woord van Bartholomeüs') vinden we een parafrase van de Bergrede (p. 162-163). Claes laat zijn Jezus op elk van de tien geboden reageren, volgens het stramien van Matteüs 5: 'Er staat geschreven ... Maar ik zeg u ...'

Op een dag nam de meester ons alle twaalf mee in de heuvels om ons zijn nieuwe leer uiteen te zetten. 'Toen de profeet Mozes op de berg Horeb was', zo begon hij, 'schreef hij daar de tien geboden neer. Ik heb op deze berg geen tafelen, ik heb alleen het woord. De letter doodt, de adem maakt levend.' [vgl. 2 Kor. 3:6]
We vroegen de meester eerst wat zijn grootste gebod was. Hij antwoordde: 'Van de tien geboden handelen er vier over God en zes over de mens. In het vijfde boek van Mozes staat dat de vier geboden van God één enkel gebod vormen: Bemin uw God. En in het derde boek van Mozes staat dat de zes geboden van de mens er slechts één zijn: Bemin uw evenmens. Beide geboden zijn gelijk.' [vgl. Deut. 6:5, Lev. 19:18, Marc. 12:28-31]
Ongelovig keken wij elkaar aan, maar hij vervolgde:
'Er staat geschreven: Gij zult geen andere goden naast mij hebben. Maar ik zeg u: Naast de Vader is er de Zoon, en de Vader en de Zoon zijn gelijk. [vgl. Joh. 5:19-26?]
Er staat geschreven: Gij zult u geen godenbeelden maken. Maar ik zeg u: De Zoon is het beeld van de Vader op aarde. [?]
Er staat geschreven: Gij zult de naam van God niet ijdel gebruiken. Maar ik zeg u: Uw ja zij ja, uw neen neen. [vgl. Matt. 5:37]
Er staat geschreven: Onderhoud de sabbat. Maar ik zeg u: De sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de sabbat. [vgl. Marc. 2:27]
Er staat geschreven: Eer uw vader en uw moeder. Maar ik zeg u: Verlaat uw vader en uw moeder om mij te volgen. [vgl. Luc. 14:26]
Er staat geschreven: Gij zult niet doden. Maar ik zeg u: Als iemand op uw wang slaat, bied hem ook uw andere wang aan. [vgl. Luc. 6:29]
Er staat geschreven: Gij zult geen echtbreuk plegen. Maar ik zeg u: Werp niet de eerste steen. [vgl. Joh. 8:7]
Er staat geschreven: Gij zult niet stelen. Maar ik zeg u: Verzamel u geen schatten op aarde. [vgl. Matt. 6:19]
Er staat geschreven: Gij zult niet vals getuigen. Maar ik zeg u: Gij zult niet oordelen. [vgl. Matt. 7:1]
Er staat geschreven: Gij zult het huis en de vrouw van uw naaste niet begeren. Maar ik zeg u: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. [vgl. Matt. 7:12]
Dit is de nieuwe Wet.'

Bibliografische referenties

Paul Claes, 'De Zoon van de Panter' in: De lezer. Amsterdam: De Bezige Bij, 2002, p. 137-208.

Heeft betrekking op:

Johannes 1:1-3, Matteüs 5:17-48