Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Paul Claes - Decaloog

Paul Claes heeft het tweede deel van zijn bundel De waaier van het hart (2004) de titel Decaloog gegeven. Hij hergebruikt daarin de eerdere bundel X. Tien dizijnen (1997). Dizijnen zijn gedichten van tien versregels die ieder uit tien lettergrepen bestaan en waarin slechts twee rijmklanken gebruikt worden. Met die tien regels vormt Claes steeds andere verzen: 1+3+2+3+1; 2+3+2+3; 5x2; 4+4+2; 2x5; 3+3+3+1.
Volgens Claes ontvouwen deze gedichten 'de geschiedenis als een noodzakelijke overtreding van de Tien Geboden'. Het valt echter lang niet mee om door te dringen tot het hart van deze poëzie. Hieronder volgt het zevende gedicht:

Kruis

De blauwogige, bleke moederszoon
die door zijn broers en zusters was bespot
als bastaardkind van de kenturioon,

de knaap die zijn geboorte in een grot
begraven had en droomde van de troon
waarop hij rijzen zou als zoon van God,

hangt nu, verstrengeld in zijn doornenkroon,
aan deze stronk genageld als een vod,
een worm, geen mens, voor iedereen ten toon,

naakt als een vrouw, gespalkt in haar genot.

Zie ook

  • Toon terzijde Paul Claes - Dochters van Eva

Bibliografische referenties

Paul Claes, De waaier van het hart in: De Zonen van de Zon. Verzamelde gedichten. Amsterdam: De Bezige Bij, 2008, p. 275-315. De afdeling 'Decaloog' beslaat p. 287-298.

Heeft betrekking op:

Marcus 15:32, Deuteronomium 5:5