Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Paulus

Paulus was een jood in de diaspora. Volgens het boek Handelingen (22:3) werd hij geboren in Tarsus in Cilicië (zuid-Turkije), een grote, welvarende handelsstad en intellectueel centrum aan de Middellandse Zee. Hij behoorde tot de stam Benjamin (Fil. 3:5-6); zijn Hebreeuwse naam, Saul (of Saulus), werd hem waarschijnlijk gegeven met het oog op koning Saul, de eerste koning van Israël, die uit dezelfde stam afkomstig was.

Paulus werd als jood opgevoed in de traditie van de Farizeeërs, maar beheerste ook typisch Griekse retorische en literaire vaardigheden. Het boek Handelingen vertelt hoe hij een fanatiek vervolger was van de vroege christelijke gemeente in Jeruzalem (Hand. 8:1; 9:1-2). Na zijn bekering (Hand. 9:3-9; 1 Kor. 15:8-9) werd hij een van de belangrijkste christelijke leiders en voorvechters van het christelijke geloof.

Als zendeling onder de heidenen in de Grieks-Romeinse wereld ging Saul voortaan zijn Latijnse naam 'Paulus' dragen; hij had namelijk van zijn vader het Romeinse burgerrecht geërfd. Of misschien deed hij het omdat zijn naam in het Grieks een wat ongelukkige betekenis heeft; Saulos betekent 'verwijfd'.

Paulus was als zendeling een onvermoeibaar reiziger en heeft verschillende christelijke gemeentes gesticht. Hij correspondeerde met een groot aantal daarvan en een gedeelte van zijn brieven behoort nu tot het Nieuwe Testament. Van enkele brieven die op zijn naam staan is het auteurschap omstreden.

De bijbel vertelt niet hoe Paulus aan zijn einde kwam. Volgens een latere traditie werd Paulus omstreeks het jaar 60 in Rome onthoofd.

Heeft betrekking op:

1 Korintiërs 1:1, Kolossenzen 1:1, Romeinen 1:1, 2 Korintiërs 1:1, 1 Tessalonicenzen 1:1, 2 Tessalonicenzen 1:1, 1 Timoteüs 1:1, 2 Timoteüs 1:1, Titus 1:1, Filemon 1:1, Galaten 1:1, Efeziërs 1:1, Filippenzen 1:1, Handelingen 7:58