Overzicht bijbelboeken

Cultuur > Feesten

Pesach

Pesach wordt ook wel 'het joodse Paasfeest' genoemd. Het begint op de vijftiende van de eerste maand van de joodse kalender en duurt acht dagen. Het feest herinnert aan de vlucht uit Egypte.

Het feest begint ermee dat alle levensmiddelen die rijsmiddelen bevatten, uit het huis moeten worden verwijderd. Dit wordt kasjeren Kasjerengenoemd. Omdat de Joden voor hun vlucht geen tijd meer hadden om het brooddeeg te laten rijzen, namen ze ongezuurde broden mee. Deze platte, droge matzes worden nog steeds gebakken en tijdens Pesach zijn ze het enige brood dat wordt gegeten. Dit 'brood der ellende' herinnert aan de periode van slavernij in Egypte. Het woord pesach betekent letterlijk 'overslaan' en verwijst daarmee naar het bloed op de deurposten waarmee de Joden zich konden beveiligen tegen de tiende plaag, het doden van de eerstgeborenen (Ex. 12:7).

Jacob Proops
Amsterdamse Hagada

Vooral de eerste en de laatste avond van deze feestperiode zijn belangrijk. De familie viert de sterk door rituelen bepaalde sederavond rond de eettafel. Deze avond verloopt volgens een vast stramien dat is vastgelegd in een boekje dat Hagada (vertelling) wordt genoemd. De vader van het gezin draagt het verhaal van de uittocht uit Egypte voor en op bepaalde momenten hebben de zonen de taak vragen te stellen die het verhaal voortstuwen. Een bijzondere rol is daarbij voor de jongste weggelegd die de vraag moet stellen: "Wat is het verschil tussen deze avond en alle andere avonden?" Deze vraag vormt het begin van een lange avond met vol verhalen, liederen, discussie en eten. Onderdrukking en bevrijding vormen het centrale thema van de avond. Om de verwachting van de uiteindelijke (messiaanse) bevrijding aan te geven is er aan tafel een aparte plaats voor Elia gedekt. Hij zal immers de komst van de Messias aankondigen.

Bernard Picart
Paasmaaltijd bij de Portugese joden

Het menu voor deze avond staat vast en herinnert aan de uittocht uit Egypte zoals beschreven in Ex. 12:5-11. Men eet een zeroa (een geroosterde lamsbout), beetsa (een gekookt, gebraden ei), maror (bitter kruid), charoset (een zoet mengsel van appel, rozijnen en kruiden), karpas (groente, meestal peterselie) en chazeret (radijs). Er staat ook een bakje zout water bij, en drie matzes liggen apart, van elkaar gescheiden in een matzekleedje, naast de schotel. Al deze spijzen vervullen een symbolische rol in het verhaal uit de Hagada. Het bittere kruid, vaak mierikswortel, herinnert aan de slavernij, peterselie aan de lente en zout water aan tranen van verdriet.

Bert Frijns
Pesachservies

Omdat het serviesgoed dat het hele jaar door gebruikt wordt met gerezen levensmiddelen in aanraking is geweest, verdwijnt het tijdens Pesach in de kast en haalt men het aparte pesachservies te voorschijn. Dit servies is vaak van bijzondere makelij, om een duidelijk verschil met het alledaagse te maken. Voor de zeven verschillende onderdelen van het menu zijn er eigen schotels met verschillende vakken, maar ook aparte bekers en kleedjes voor de matzes.

In principe zou het christelijke Paasfeest op dezelfde dag gevierd moeten worden als het joodse Pesach. Volgens de berichten uit de evangeliƫn bereiden de leerlingen het pesachmaal (Mat. 26:17-35). Dit laatste feestmaal van Jezus en zijn leerlingen staat in de christelijke geschiedschrijving bekend als het laatste avondmaal. Tijdens het concilie van Nicea in het jaar 325 werd besloten dat de christenen hun belangrijkste feest niet tegelijkertijd met het joodse Pesach zouden vieren. Men wilde zich zo tegen de joodse traditie afzetten. Het christelijke PasenPasen wordt nu altijd op het eerste weekend na de eerste volle maan in de lente gevierd, zodat het nooit met de vijftiende van de eerste maand van de joodse kalender kan samenvallen. Inmiddels verschillen beide feesten ook sterk in betekenis.

Zie ook

  • Toon Rode draad De joodse kalender

Heeft betrekking op:

Exodus 12:2, Ezechiƫl 45:21, Leviticus 23:5, Deuteronomium 16:1, Jozua 5:10, Johannes 2:13, Johannes 11:55, 2 Koningen 23:21, Numeri 9:1-14, Numeri 28:16, Jozua 5:10, 2 Kronieken 30:1, 2 Kronieken 35:1