Overzicht bijbelboeken

Letteren > Poëzie

Piet Los - Mozes

Piet Los, die o.a. in het christelijk-literair tijdschrift Woordwerk publiceerde, verwerkte in onderstaand vers allerlei elementen uit de bijbelse geschiedenis van Mozes. Opvallend is het spel met tegenstellingen binnen dit gedicht.

De man die 'Ik vertrap het' zegt
en aan een slavenvolk zich hecht
omdat hij liever sterven wil
dan kruipen voor de krokodil,

hij dronk met moedermelk de haat
tegen de almacht van de staat
en leerde als Gods kleine knecht
het goddelijk vergeldingsrecht.

Toen werd hij eerst een moordenaar,
daarna een herder, veertig jaar.

Nu, na die eerste man in ’t zand
spoelen de paarden aan op ’t strand
en gaat de machteloze stoet
rustig de toekomst tegemoet

achter hem die niet spreken kon
en toch de Beresjit begon.
Geen vijand die hem keren kan,
Mosje, een zeer zachtmoedig man.

Mozes groeide op aan het hof van de Egyptische farao (Ex. 2). Hij zou in die tijd gezegd kunnen hebben: 'Ik vertrap dat volk.' Maar ondertussen koos hij wel voor het verdrukte volk. Bij de uittocht (Ex. 12-15) volgde het volk Mozes, die niet goed uit zijn woorden kon komen (Ex. 4), maar toch begon met het schrijven van Genesis (Beresjit). In Numeri 12:3 (Statenvertaling) wordt Mozes de meest zachtmoedige man genoemd.

Bibliografische referenties

Piet Los, 'Mozes' in: Een bromvlieg in de winter. Kampen: Kok, 1986.

Heeft betrekking op:

Numeri 12:3, Exodus 2:12, Exodus 4:10, Exodus 14:30-31