Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

Psalm 001 in de berijming van Hasper (1936)

 
Heil hem, die nimmer treedt in 's boozen raad,
niet staan blijft, waar het pad der zondaars gaat,
noch nederzit, waar spotters samenscholen;
maar blijde gaat den weg, door God bevolen,
zijn heil'ge wet bepeinst bij dag en nacht,
haar mint, doorzoekt, in al zijn doen betracht
 
Want hij zal, als een wèlgeplante boom,
die wortels heeft nabij een waterstroom,
op tijd zijn blad en vruchten kunnen dragen.
Door God gesterkt, zal hij hier nooit versagen,
maar sterk en vast in deze wereld staan,
terwijl als kaf de boozen hier vergaan.
 
De mensch, wiens hart de Bron des levens zoekt,
wordt door het heilig oordeel niet vervloekt:
Gods toorn treft niet wie trouw zijn woord bewaren;
Hij brengt hen in bij zijn getrouwe scharen;
Hij kent hun weg; maar wie zijn God verlaat,
ervaart, dat eigen weg ten afgrond gaat.

In 1936 verscheen een anonieme psalmberijming, die zich presenteerde als hartstochtelijk pleidooi voor oecumene, voor saamhorigheid onder christenen. "Het is reeds meermalen gebleken, dat gemeenschappelijke arbeid tot het verstaan der Heilige Schrift vele Christenen, die kerkelijk gescheiden waren, weer onder Goddelijke leiding tot elkander bracht; hoeveel te meer kan het in alle eenvoudigheid samen zingen van het geestelijke lied de harten voor elkander ontsluiten en de door onzen Heer en Verlosser zoo begeerde eenheid der zijnen tot openbaring brengen," zo meldt het voorwoord.

Dominee H. Hasper - want hij bleek de man achter deze nieuwe berijming - was absoluut niet te spreken over de berijming van 1773,Psalm 042 in de Statenberijming van 1773 die volgens zijn zeggen het resultaat was van "dooreenmenging van wel vijftig oude rijmwerken" en die "met geweld in sommige provincies [was] ingevoerd". De bezwaren van Hasper richtten zich onder meer op het feit dat '1773' niet geschikt was voor het Rooms-Katholieke volksdeel, dat de dichters ervan nogal eens "hun fantasie de vrijen teugel lieten" en dat de bundel als geheel zwaar gestempeld was door de Verlichting.

Hasper wilde een tegenwicht bieden en maakte een eigen berijming die aan deze bezwaren tegemoet moest komen. "In deze berijming, die zich zoo dicht mogelijk aansluit aan den oorspronkelijken tekst als de eischen der melodieën toelieten, zijn de oude Oostersche uitdrukkingsvormen en vergelijkingen behouden. Men zegge niet: zij zijn voor onzen tijd onverstaanbaar, maar geve zich veeleer de moeite zich geheel in te leven in het milieu van oud-Israël, waarin de zangen wèl onmiddellijk verstaanbaar waren".

In zijn voorwoord wijdt Hasper een speciaal woord aan de oudere generatie, die ondanks alle bezwaren gehecht is geraakt aan '1773': "Het ligt voor de hand, dat vele ouderen, die alleen den verbasterden vorm der zangwijzen kennen, niet met het jongere geslacht zullen kunnen meekomen; zij mogen bescheidenlijk bedenken, dat zij spoedig op aarde zullen uitgezongen zijn en dat de toekomst voor de jongeren is. Het zou echter beter zijn, wanneer de ouderen naar het oude psalmwoord baden, dat ook hierin hun jeugd vernieuwd mocht worden, opdat als eene gemeenschappelijke traditie van alle Nederlandsche Christenen een vernieuwd Psalmgezang de latere geslachten in eenheid des geloofs door het leven drage."

Haspers berijming was qua uitgangspunt dus volledig brontekstgericht, en dat was te merken. De meeste psalmen 'zongen niet lekker'. Er kwam dan ook veel kritiek op de bundel. Hasper liet zich niet van de wijs brengen en werkte de hele berijming om, wat leidde tot een compleet herziene uitgave in 1948 en nog een laatste omwerking in 1949. Als geheel heeft de bundel van Hasper het niet gered, maar een aantal van zijn psalmen werd wel opgenomen in de IKB-berijmingPsalm 103 in de Interkerkelijke psalmberijming (1961) en andere bundels.

Bibliografische referenties

Het boek der psalmen. De psalmen van Israel op de oorspronkelijke melodieën uit de zestiende eeuw opnieuw naar het Hebreeuwsch bewerkte en voorzien van aantekeningen. 's-Gravenhage: Administratie 'Geestelijke liederen uit den schat van de kerk der eeuwen', 1936, p. 2.

N. van Tellingen, H. Hasper, een omstreden hymnoloog. Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1980.

Heeft betrekking op:

Psalm 1:1