Overzicht bijbelboeken

Letteren > Bijbelvertalingen

Psalm 042 in de Statenberijming van 1773

Wellicht de bekendste en meest gezongen psalm in Nederland is psalm 42. De psalm die begint met de zin ''t Hijgend hert, der jacht ontkomen', en gaat over het verlangen bij God te zijn en het vertrouwen in God ondanks mogelijke tegenslagen. Als een hert dat naar water snakt, zo verlangt de zanger van deze psalm naar God.

Psalm 42, vers 1, 3, 5 en 7. (Urker Mannenkoor Hallelujah o.l.v. Jan Quintus Zwart; Bewerking door Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), uitgevoerd door het Nederlands kamerkoor o.l.v. Jan Boeke (NM Classics 92010)).
 
1 't Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den HEER';
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naadren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw Naam verhogen?
 
3 O mijn ziel, wat buigt g' u neder?
Waartoe zijt g' in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in 's Hoogsten lof uw lust;
Want Gods goedheid zal uw druk
Eens verwisslen in geluk.
Hoop op God, sla 't oog naar boven;
Want ik zal Zijn Naam nog loven.
 
5 Maar de HEER' zal uitkomst geven,
Hij, die 's daags Zijn gunst gebiedt.
'k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
'k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog' treffen,
Tot den God mijns levens heffen.
 
7 O mijn ziel, wat buigt g' u neder?
Waartoe zijt g' in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in 's Hoogsten lof uw lust;
Menigwerf heeft Hij uw druk
Doen verandren in geluk;
Hoop op Hem, sla 't oog naar boven.
Ik zal God, mijn God, nog loven.

De psalmen in de gereformeerde kerk van de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw werden gezongen in de berijming van Petrus DatheenPsalm 008 in de berijming van Datheen (1566) uit 1566. Die liet in literair opzicht weliswaar veel te wensen over, maar het kerkvolk had 'Datheen' in het hart gesloten. Onder meer onder invloed van de Verlichting vroegen de kerken in de tweede helft van de achttiende eeuw aan de Staten Generaal om het initiatief te nemen tot een nieuwe, betere berijming. In 1762 vaardigden de Staten Generaal deze opdracht uit, maar pas elf jaar later, in 1773, werd er daadwerkelijk een commissie benoemd die aan de slag ging.

De commissie dichtte niet zelf, maar selecteerde uit bestaande berijmingen zoals die van de Haagse arts Johannes Eusebius Voet, van het genootschap Laus Deo salus populo en van Hendrik Ghijsen, een Amsterdamse goudsmid en voorzanger, die uit niet minder dan zeventien andere berijmingen de in zijn ogen beste verzen uitgeknipt en aan elkaar geplakt had. In de zomer van 1773 was de bundel klaar.

De Staten-Generaal bepaalde dat de nieuwe berijming vanaf Nieuwjaarsdag 1775 in alle hervormde kerken gezongen moest worden. Het was dus de staat die bepaalde wat er gezongen werd! De invoering van het nieuwe psalmboek ging niet zonder slag of stoot. Er rees veel verzet, vooral op het platteland in de Zuidhollandse en Zeeuwse vissersdorpen. De psalmen van Datheen hadden daar de status van Gods Woord zelf gekregen. Het verzet was de eerste tijd fel; zo werd er in veel kerken met klompen getrappeld en met voetbankjes gegooid de eerste nieuwe psalm gezongen moest worden. De politie kwam eraan te pas om de ordeverstoorders uit de kerk te verwijderen.

Het verzet tegen de nieuwe berijming, waarin de invloed van de Verlichting zich verraadt in woorden als 'Opperwezen' als God wordt bedoeld, maakte in de loop der jaren plaats voor brede acceptatie. Er zijn nog altijd veel kerken, vooral van hervormde signatuur, waar '1773' nog altijd gezongen wordt.

Heeft betrekking op:

Psalm 42:1