Overzicht bijbelboeken

Terzijde

Psalm 41 uit het Utrechts Psalter

Verschillende Meesters
Psalm 41

Op dit folioblad is de psalmist drie keer voorgesteld. In het midden van de afbeelding zien we hem op een heuvel staan waarop zich een tafel bevindt (vers 10). Hij wijst met zijn hand naar een bed dat van de heuvel afstort (vers 4).

Rechts op de afbeelding is de psalmist in een andere scène te zien. Hier zit hij op een troon en wijst naar de 'gezegende man' die goed voor de armen zorgt en hun te eten geeft (vers 2).

Links is een groep mensen te zien die vol 'kwade gedachten' zijn (vers 8). Aan hun voeten is een geopende sacrofaag te zien, waarin zij de psalmist verwensen (vers 6). Op de voorgrond is het lichaam van Christus in een sacrofaag voor de Heilige Grafkerk afgebeeld. Rechts van de kerk is - de inmiddels verrezen - Christus in gesprek met twee vrouwen (vgl. Matteüs 28:9). Kennelijk is hier sprake van een typologische verwijzing naar de opgestane Christus: de vijanden van de psalmist wensen hem toe dat hij zo ziek zou zijn dat hij nooit meer zou opstaan (vers 9). Zo stellen ook de Farizeeën alles in het werk om Jezus' graf te verzegelen (Matteüs 27:64), opdat hij nooit meer zou opstaan.

Zie ook

  • Toon terzijde Het Utrechts Psalter
  • Toon terzijde Psalm 8 uit het Utrechts Psalter
  • Toon terzijde Psalm 51 uit het Utrechts Psalter

Heeft betrekking op:

Psalm 41:10