Overzicht bijbelboeken

Over > Hoofdpersonen

Rafaël

Rafaël (‘God geneest’) is de engel van God die in dit verhaal in mensengedaante optreedt onder de schuilnaam Azarja (‘God helpt’). De lezers weten al vanaf 3:17 met wie ze te maken hebben, en krijgen dat in 5:4 nog eens duidelijk aangereikt; in de vertellerstekst wordt daarna ook voortdurend gesproken van ‘Rafaël’. De andere verhaalfiguren echter weten van niets! Pas in hoofdstuk 12 maakt Rafaël zich aan Tobit en Tobias bekend.

De engel Rafaël wordt in de hele bijbel alleen in het boek Tobit bij name genoemd. In 12:15 presenteert hij zich als ‘een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren’. (Dezelfde frase komt ook voor in Openbaring 8:2). Traditioneel wordt hij beschouwd als een van de aartsengelen, met Gabriël en Michaël (soms noemt men als vierde aartsengel Uriël; ook wordt in dit verband wel de naam van de gevallen engel Lucifer aangehaald). Rafaël is de engel van het oordeel en van de genezing. Hij is de patroon van artsen en apothekers, en beschermengel van pelgrims, reizigers en zwervers. Zijn vaste attributen ontleent hij aan zijn optreden in Tobit: een reisstok, een jongen aan zijn hand en een vis. Uiteraard wordt hem als heilige een belangrijke taak toegedacht voor zieken, in het bijzonder voor lijders aan een oogkwaal.

Heeft betrekking op:

Tobit 3:17