Overzicht bijbelboeken

Over > Bijbelse wereld

Rechters

In de wereld van het Oude Testament wordt er, in verschillende tijden, door veel verschillende soorten mensen rechtgesproken. Aanvankelijk door stamleiders (Gen. 49:16) en leiders in oorlogstijd (Joz. 17:14-18), later door de ‘rechters’ in het gelijknamige bijbelboek (4:5) en door de koning (2 Sam. 8:15; 15:2). Daarnaast zijn er nog de rechters die speciaal werden aangesteld om zich met de rechtspraak bezig te houden (Deut. 1:16-17). Maar de grootste en meest volmaakte rechter is natuurlijk God zelf (Gen. 18:25).

In Deuteronomium staat beschreven aan welke regels een rechter zich behoort te houden: hij mag de rechtsgang niet beïnvloeden, hij mag niet partijdig zijn en geen steekpenningen aannemen (Deut. 16:19). De rechtspraak moet dus rechtvaardig zijn, net als die van God.

Steeds wordt in het Oude Testament benadrukt dat rechters moeten opkomen voor de sociaal zwakkeren in de Israëlitische samenleving. Zij moeten de armen, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen verdedigen tegen de macht van de rijken (Deut. 1:16-17; Jes. 5:23; Jer. 5:28; Am. 5:12). Corrupte, machts- en geldbeluste rechters worden vaak door de oudtestamentische profeten bekritiseerd.

Het woord ‘rechter’ heeft in het Hebreeuws een bredere betekenis dan in het Nederlands. Naast de strikt juridische betekenis kan het woord, afhankelijk van de context, ook duiden op besluiten, regeren, besturen of verlossen. Al deze connotaties zijn terug te vinden in de verhalen over de rechters uit het bijbelboek Rechters – de mannen en één vrouw die het volk Israël leidden in de tijd voordat er koningen waren.

De rechters uit Rechters spraken wel recht, maar dat was slechts een klein gedeelte van hun takenpakket. Zij zijn vooral leiders van het volk gedurende een bepaalde periode. Dat wordt duidelijk uit de inleiding van het bijbelboek. Als de Israëlieten het keer op keer zwaar te verduren krijgen vanwege plunderende en brandschattende vijanden – als gevolg van hun zonden – dan laat ‘de Heer een rechter optreden om het volk te leiden en het te bevrijden van de roversbenden’ (Re. 2:16).

Behalve leider van het volk is een rechter dus ook bevrijder. Hij bevrijdt niet alleen door succesvol optreden op het slagveld. Bovenal wordt de rechter ‘gedreven door de geest van de Heer’ (Re. 3:10). Als het volk zich tot de rechter wendt, stelt het dus zijn vertrouwen weer in God, waardoor het weer op het rechte pad komt.

Heeft betrekking op:

Rechters 2:11-19, Ezechiël 34:17, Ezechiël 44:24, Wijsheid van Jezus Sirach 7:6, Wijsheid van Jezus Sirach 46:11, 1 Kronieken 17:10, 1 Kronieken 26:29, Romeinen 3:6