Overzicht bijbelboeken

Kunsten > Toegepaste kunst

Reisbestek

Wernardus Franciscus van Beugen
Reisbestek en bijpassend foedraal met scènes uit het oude en het nieuwe testament

Het eten met mes en vork is een relatief nieuwe verworvenheid in de ontwikkeling van de beschaving. Tot en met de zeventiende eeuw werden er messen gebruikt om de grote stukken vlees, kaas of brood te verdelen en lepels voor de vloeibare maaltijden die je niet met de hand kon eten. Pas in de achttiende eeuw werd het chic om de in hapklare stukken gesneden maaltijden met behulp van een - meestal twee- of drietandige - vork naar de mond te brengen. Maar nog niet overal was toen bestek beschikbaar. Wie zichzelf respecteerde naam zijn eigen mes en vork mee.

Met dit bijzonder luisterrijk versierde reisbestek zal de eigenaar zeker indruk hebben gemaakt. Het mes en de vork hebben een taps toelopende, palmhouten handgreep, waarop scènes uit het oude en het nieuwe testament zijn uitgesneden. De scènes zijn gegroepeerd in rijen van drie of vier onder elkaar, vier rijen op het mes en twee op de vork. Alle scènes zijn voorzien van een titel die de identificatie van de scènes vergemakkelijkt.

Op het mes zijn voorstellingen te vinden van de 'Scheppinge' (God schept de vrouw uit de rib van Adam), het 'Paradys' (zondeval), 'AdamEva' (de verdrijving uit het paradijs), 'Samson' (het gevecht met de leeuw), 'Abraham' (het offer van Isaak), 'Iosue' (betekend Josua, met het verhaal van de reuzendruiventros uit het beloofde land), 'Sam' (=Samuel, man met onder zijn armen de tafels van het verbond), 'Iudit' (Judit met het zwaard in haar hand en haar dienares met het hoofd van Holofernes), Susan (Susanna bespiedt door de ouderlingen, 'Moses' (met een stok, wijzend naar een tafel), 'David' (met harp), 'Cruyssinghe' (Christus aan het kruis), 'Cruysweche' (Christus draagt het kruis), 'Crooninghe' (Christus krijgt de doornenkroon opgezet en wordt gegeseld).

Op de vork zijn volgende scènes afgebeeld: 'Naer Emous' (Christus loopt tussen twee van zijn, als pelgrims geklede leerlingen, met op de achtergrond een stadsgezicht), 'Verrijssenis' ( de opstanding uit het graf), 'Begrafnis' (de graflegging van Christus in aanwezigheid van vier mannen en Maria), 'De Hemelvaert', 'Aen Thomas' (Christus toont de zijdewond aan de ongelovige Thomas die zijn vinger erin steekt) en 'Aen Magdalen' (Christus verschijnt als tuinman aan Maria Magdalena).

Ook het bij het reisbestek behorende foedraal is versierd. In het leer zijn geometrische florale motieven gemaakt, samen met het monogram IHS verbonden met het kruis en omgeven door drie spijkers. De bovenrand wordt afgesloten door het jaartal anno 1739.

De handgrepen van mes en vork worden afgesloten door een zilveren geprofileerd manchetje dat de overgang vormt naar zowel het lemet van het mes dat van gehard metaal is gemaakt en de vork die van zilver is en achter op het korte stukje steel gemerkt is met het meesterteken van W.F. van Beugen.

In de kop van het mes is een wapenschildje gesneden, bekroond met een helm waarvan het vizier gesloten is, en van waaruit de dekkleden weelderig uitwaaieren. Het schild zelf is leeg. Waarschijnlijk heeft daar een zilveren schildje gezeten met het wapen van de eigenaar die zo zijn eigendom kenmerkte. Zonder dat wapen weten we niet meer aan wie dit reisbestek ooit toebehoorde.

Heeft betrekking op:

Genesis 22:1, Genesis 3:23, Genesis 2:22, Psalm 8:1